Uit een Duits onderzoek bleek deze week dat Nederland in een illuster rijtje Europese landen is beland, een rijtje waar we niet in willen thuishoren. Na Noorwegen, Italië, Spanje en België gingen in 2013 nergens zoveel bedrijven op de fles als in Nederland. Hoe komt dit?
Bankroetbarometer
Alle hosanna-berichten van de laatste tijd ten spijt, als we puur naar de groei van het aantal faillissementen kijken staat Nederland er slecht voor. In 2013 steeg de faillissementsindex met bijna tien procent. En dan zijn de duizenden schuldsaneringen – in feite ook faillissementen – nog niet eens meegerekend. Met deze stijging prijken we op de vijfde plaats van de landen (EU plus Noorwegen en Zwitserland) waarvan het Düsseldorfse bureau Creditreform de bankroetbarometer aflas. Hoe is dit mogelijk? Laten we er even een paar faillissementsstatistieken bijpakken, dan komen we vanzelf tot een conclusie.
Tweederde van de starters viert zijn eerste lustrum niet
Ruim 43 procent van alle ondernemers die in Nederland failliet gaan is jonger dan 35 jaar. Circa zestig procent van alle failliete bedrijven kende een levensduur van minder dan vijf jaar. Met andere woorden, bijna twee derde van de starters viert zijn eerste lustrum niet, 22 procent komt het eerste jaar niet eens door. In de afgelopen tien jaar heeft de overheid het opzetten van een eigen zaak fiks gestimuleerd – en met succes. Per jaar worden er ruim 100.000 bedrijven opgericht, vorig jaar zelfs bijna 150.000. Door het ondernemerschap continu te promoten, krijgen vooral jongeren het idee dat het beginnen van een bedrijf een peulenschil is. Je ziet in dit verschijnsel terug in diverse onderzoeken: de ambitie van jongeren om snel (en zonder adequate voorbereiding) een bedrijf op te zetten is hoog, verbijsterend hoog in mijn ogen.
Generatie zonder pensioen
Gelukkig sneuvelen veel van dit soort initiatieven zonder dat er een faillissement nodig is maar, niet alle jonge plannenmakers weten deze procedure te ontwijken. Anderen belanden in de schuldsanering. Wat betekent het einde van het bedrijfje voor de gefailleerden? Even bijkomen in de WW? Uitblazen met een inmiddels opgebouwde pensioenregeling? Nee! De ondernemer die stopt ontvangt geen WW maar duikt direct in de bijstand. Een pensioenregeling is voor negentig procent (veel) te duur. En een nieuwe baan zit er doorgaans ook niet in. Misère, kortom. Talloze malen hebben pensioendeskundigen de overheid herinnerd aan het feit dat er ‘straks’ een generatie zonder enig pensioen opstaat. Een generatie van ondernemers die dachten dat ze het met de verkoop van hun bedrijf wel zouden redden maar tenslotte ontdekten een illusie na te jagen. Met het stimuleren van het onbezonnen ondernemerschap creëert de overheid ook een generatie van ‘Nieuwe Gefailleerden’.
Europese slagveld
Het zijn vooral de ondernemers uit deze groep die maken dat Nederland zo hoog scoort op het Europese ‘slagveld’. Ik juich het toe wanneer de overheid de ondernemersspirit aanwakkert maar, geachte Kamer van Koophandel en andere adviesinstanties, licht de starter nóg beter voor over de risico’s van het ondernemerschap. Immers, wat schieten we er als samenleving netto mee op als vierhonderd van de 650 ondernemers die er iedere werkdag bijkomen binnen een paar jaar geflopt en gefailleerd voor het bijstandsloket staat? Zo creëren we een leger van tienduizenden gefailleerden die straks bij de voedselbank hun kostje bij elkaar moeten scharrelen. Meedoen in de top van het Eurovisie Songfestival, graag. Maar laten we er voor zorgen dat we snel uit de top van déze ranglijst verdwijnen.
Robert Jan Blom