Onze columnist Robert Jan Blom kijkt naar een nieuw tv-programma over de louche praktijken van deurwaarders en incassobureaus. En vraagt zich af waarom de politiek geen maatregelen neemt tegen deze naargeestige schuldenhandel die mensen steeds verder in de ellende duwt.
Amuseren met leed
Vorige week keek ik met stijgende verbazing naar een nieuw tv-programma over gerechtsdeurwaarders. Van de makers kreeg ik de gelegenheid me te amuseren met het leed van anderen: de camera gluurde mee toen de deurwaarder bij haar clientèle aanbelde. Een vrouw had een schuld die oorspronkelijk slechts € 700 bedroeg. Door boetes, kosten en cumulatieve rente was het bedrag opgelopen tot € 1600. En er bleken nog meer schulden in het laatje te liggen, goed voor nog eens vijftienduizend euro. De vrouw ontving een uitkering van rond de € 1000 per maand. De gerechtsdeurwaarder meldde het ‘erg jammer te vinden, al die schulden’ terwijl ze probeerde die ene schuld van € 1600 te innen.
Bevreemdend
Het is een bevreemdende ervaring om dit soort gesprekken op je tv-scherm te zien. Een onder de schulden begraven arme vrouw en een deurwaarder die op betaling van een groot bedrag aandringt. Er zou een ambtenaar bij aanwezig moeten zijn van de gemeentelijke schuldhulp, een soort bewindvoerder die goed zicht heeft op de persoonlijke situatie van de vrouw. Ze leek ook wel behoefte te hebben een vorm van psychiatrische hulp. Maar nee, in het kielzog van de deurwaarder was enkel een cameraploeg te vinden.
Functioneren rechtstaat
Begrijpt u mij niet verkeerd. Wie zijn rekening niet betaalt en niet reageert op herinneringen of aanmaningen, kan vroeg of laat een deurwaarder op de stoep verwachten. En terecht. Ik ben blij dat er deurwaarders zijn. Zonder hen zou iedereen met wanbetaling wegkomen, zou deze rechtstaat niet functioneren. Door mijn jarenlange ervaring in de kredietverzekeringsbranche ben ik goed bekend met het cruciale werk van de deurwaarder - en helaas ook met alle misstanden in deze bedrijfstak. Het heeft mij altijd verwondert dat elke uitgerangeerde cowboy in dit land een bord in de tuin kan slaan met ‘Incassobureau’ erop. Zomaar, van de ene op de andere dag, niet gehinderd door het ontbreken van een diploma of welk ander brevet van vermogen dan ook.
Zolderkamerbedrijfje
Er zijn tientallen, misschien wel honderden van dit soort bureautjes. Klaarblijkelijk is het een leuke business. Veel directeuren van zo’n zolderkamerbedrijfje hebben met moeite de lagere school afgemaakt en toch vindt onze wetgever het prima dat zij zich op de financiële markt begeven en gaan handelen in vorderingen. Want, zoals in 2016 al werd geïllustreerd in de pakkende documentaireserie Schuldig, zijn schulden booming. Tegenwoordig bieden opkopers van schulden zich zelfs op Marktplaats aan. Het mogen schulden van particulieren zijn of schulden van bedrijven. Het maakt hen niet uit. Met veel kabaal worden de schulden geïnd bij personen en bedrijven die niet begrijpen wat er aan de hand is.
Krokodillentranen
Deurwaarders en incassobureaus klagen geregeld over het belabberde imago dat aan hun beroep kleeft. Dikke krokodillentranen: als er één bedrijfstak is die zijn bar en boze reputatie aan zichzelf te wijten heeft, is het wel de sector geldinvordering. De Nederlandse Vereniging van gecertificeerde Incasso-ondernemingen (NVI) heeft al jaren de mond vol over regels, voorwaarden, certificaten en keurmerken. Het zou de NVI sieren wanneer zij van de politiek eist dat het nu echt afgelopen moet zijn met de vrije handel in vorderingen én met de vrije vestiging van incassobureaus.
Robert Jan Blom