Actuele informatie over faillissementen en surseances

Waarom de nieuwe faillissementswetten zinloos zijn

Door:
Robert Jan Blom
  |  7 augustus 2019
Na uitgebreide consultatierondes behandelt de Tweede Kamer dit najaar twee nieuwe wetsvoorstellen die de faillissementspraktijk moet verbeteren. Bij de consultaties is echter een gerenommeerd deskundige over het hoofd gezien, onze columnist Robert Jan Blom. Op de valreep legt hij uit waarom de nieuwe wetten geen zin hebben.

Herziening Faillissementswet

In september zal de Tweede Kamer twee nieuwe voorstellen behandelen over de herziening van de Faillissementswet. Daar hoeft niemand van te schrikken omdat dit grootscheepse herzieningsplan al zeven jaar lang over het Binnenhof zwerft. Het is niet te verwachten dat er met ingang van dit najaar al meteen nieuwe wetten in werking treedt. Niettemin is het goed om stil te staan bij de achtergrond van deze voorstellen. Waar gaan ze over?

Doorstart met de Wet homologatie onderhands akkoord

De eerste wet betreft een soort doorstart. Het woord doorstart betekent feitelijk herstart. Onze minister van Rechtsbescherming, Sander Dekker, wil bedrijven een nieuwe kans geven door de Whoa in te voeren, de Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement. Het is een hele mond vol maar het komt erop neer dat bedrijven die eigenlijk failliet zijn alsnog een kans krijgen om voort te bestaan. Dat kan als alle schuldeisers akkoord gaan met een onderhandse schuldsanering.

Tegenstrijdige gedachte

Achter deze wet schuilt een tegenstrijdige gedachte. De minister zegt immers dat er bedrijven zijn die op het punt staan failliet te worden verklaard maar tegelijkertijd nog zo vitaal zijn als een pasgeboren kindje. Dit roept de nodige vragen op. Als een ondernemer niet meer in staat is zijn rekeningen te voldoen, hoe kun je dan aantonen dat zijn bedrijf toch levensvatbaar is? Omdat de potentiële markt van de onderneming er positief uitziet? Omdat er ooit fors in geïnvesteerd is? De nieuwe wet probeert in de toekomst te kijken. Zo van: ‘Het is weliswaar niet helemaal goed gegaan maar wij denken dat het straks beter loopt.’

Alle schuldeisers moeten meewerken

Zodra er een doortimmerd herstructureringsplan ligt, moeten alle schuldeisers meewerken. Tenminste, als de meerderheid ermee instemt. Schuldeisers die geen geloof hechten aan de levensvatbaarheid van het bedrijf hebben het nakijken. Het gevolg: potentiële leveranciers zullen bij bedrijfsinformatiebureaus gaan navragen of hun aanstaande klant voorheen een ‘Whoa-bedrijf’ was. Ze zullen óf niet leveren, óf alleen leveren bij vooruitbetaling. Ook banken zullen niet genegen zijn het ‘geredde’ bedrijf een krediet toe te staan. En dan moet het Whoa-bedrijf alsnog de deuren sluiten.


Beteugelen doorstartopties

Ook de andere wet die Dekker naar de Kamer heeft gestuurd, de Wet overgang van onderneming (Wovo), is gericht op het reguleren en beteugelen van de doorstartopties. Het kabinet wil hiermee voorkomen dat een doorstart wordt gebruikt om medewerkers en schuldeisers te lozen. Het doorstartbedrijf hoeft niet álle medewerkers over te nemen maar wel een ‘afspiegeling van het personeel’ dat bij het failliete bedrijf werkzaam was. Zo wordt belet dat het doorstartbedrijf met enkel goedkope jonge medewerkers verder gaat. Die afspiegelingseis betekent dat er jonge én oudere personeelsleden moeten worden overgenomen en ook arbeidsongeschikte medewerkers. Een nobel idee maar in de praktijk zal de uitvoering van de Wovo een theoretische exercitie blijken. Het is een onwerkbaar voorstel waarmee hooguit een handjevol medewerkers zijn baan zal weten te behouden.

Kamer, wijs deze voorstellen af

Als deze wetten worden aangenomen zijn de schuldeisers na de Wet Schuldsanering Natuurlijke personen (Wsnp) opnieuw de gebeten hond. Steeds opnieuw moeten zij hun facturen afschrijven. Dat is niet alleen niet unfair, het zal ook leiden tot tegenmaatregelen. Leveranciers zullen straks alleen nog voorrijden als snelle betaling is gegarandeerd. Voorwaarden zullen fors worden aangescherpt; veel bedrijven zullen hun chauffeurs met een mobiel pinapparaat op pad sturen. Eerst betalen, dan pas de spullen de vrachtwagen uit. Moraal van dit verhaal: de Whoa en de Wovo vormen geen verbeteringen. Kamer, wijs deze voorstellen af en bedenk een andere manier om die zogeheten flitsfaillissementen te verbieden.

Robert Jan Blom

 

Robert Jan Blom Wie is Robert Jan Blom
Robert Jan Blom is een toonaangevend deskundige op het terrein van ondernemerschap en faillissementen. Hij publiceerde 75 boeken over het ondernemerschap, waaronder een groot aantal werken die specifiek ingaan op het faillissement. zoals Failliet in de Praktijk (1992), Failliet, Het onderzoek (1996) en Faillissement, Surseance en Schuldsanering (2000). Daarnaast is hij gastdocent, spreker en commentator: geregeld treedt hij op bij radio- en tv-programma’s als Buitenhof, RTL-Z en het NOS Journaal. Blom is als vast columnist verbonden aan Faillissementsdossier.nl.

Volg het laatste nieuws en insolventies via Twitter
Volg het laatste nieuws en insolventies via Facebook
  • Binq Media B.V., Media Park, Locatie Heideheuvel H1, Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum, Nederland