In de afgelopen jaren is het aantal wettelijke schuldsaneringen met 45 procent gedaald. Vooral de gemeentelijke aanpak van de schuldenproblematiek blijkt succesvol. Toch is niet iedereen blij met dit resultaat. Tot ergernis van onze columnist Robert Jan Blom stelt de Raad voor Rechtsbijstand in een rapport dat de schuldenproblematiek juist tóeneemt.
45 procent minder schuldsaneringen
De Raad voor Rechtsbijstand is boos. Waarom? Omdat er in de afgelopen jaren steeds mínder wettelijke schuldsaneringen zijn uitgesproken. Normale clubjes worden vrolijk van dit bericht. De Raad niet gezien, de Raad is juist droef gestemd. Ik zal u zo uitleggen waarom. Eerst enkele cijfers: vóór 2007 sprak de rechter jaarlijks rond de vijftienduizend schuldsaneringen uit. In 2013 waren dat er nog 12.400 en in 2017 nog ‘slechts’ 8.300. Kortom, hang de slingers maar op om dit prachtresultaat te vieren, 45 procent minder schuldsaneringen binnen elf jaar tijd!
Geen huzarenstukje
Bij de Raad voor Rechtsbijstand krijgen ze deze week geen taart bij de koffie. Volgens de Raad is er helemaal geen sprake van een huzarenstukje: het aantal mensen dat in de schulden zit zou gestégen zijn, alleen worden zij nu minder vaak geholpen. De Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) werd in 1998 ingevoerd met als doel ‘particuliere faillissementen’ uit te bannen. Vóór 1998 was het ‘normaal’ dat een bijstandsmoedertje failliet werd verklaard nadat ze zich in een witgoedwinkel door een glanzende wasmachine had laten verblinden. Tokkies die alles uit de Wehkampcatalogus bestelden en een werkloze metselaar die op de pof een Zündapp kocht, troffen hetzelfde lot.
Duizenden particulieren failliet verklaard
Elk jaar werden er duizenden privépersonen failliet verklaard. De wetgever vond dat triest, vooral omdat zij hun leven lang een stempel met zich mee moesten dragen en bovendien nog vele jaren op de huid werden gezeten door deurwaarders die plotseling in de tuin stonden met oude schulden tussen hun tanden. De Wsnp stelde hen in staat hun financiële huishouding volledig te saneren. Drie jaar op een houtje bijten en – onder toezicht van een door de rechter aangestelde bewindvoerder – zoveel mogelijk aflossen, dat was en is het idee. Daarna zit de boetedoening erop en kun je met een schone lei je leven hervatten.
Rechtbanken overbelast
De Wsnp ging bijna ten onder aan zijn eigen succes. Rechtbanken raakten overbelast door de enorme toeloop, het beroep van bewindvoerder werd nog populairder dan rijschoolhouder. Om
de druk op het juridische systeem te verminderen moedigde het Rijk gemeenten aan om schuldenaars actief op te sporen, hen te begeleiden en de schuldenlast zo mogelijk onderhands te saneren. Gemeenten hebben dit (inmiddels tot wet verheven) beleid massaal opgepakt. Ze hebben hun ‘klanten’ geïdentificeerd, laten getrainde ambtenaren de bewindvoerdersrol spelen en bieden cursussen aan zodat mensen niet nogmaals in de sores belanden.
Cijfers gemeenten blijven buiten beschouwing
In heel veel steden loopt deze aanpak perfect. Het is dan ook opmerkelijk dat de Raad voor de Rechtsbijstand tot de conclusie komt dat het niet goed gaat. De Raad zegt dat er weinig mensen tot de schuldsanering zijn toegelaten terwijl de schuldenproblematiek toeneemt. Cijfers over de schuldsaneringen die de gemeenten uitvoeren blijven buiten beschouwing. De Raad voegt eraan toe dat het aantal actieve bewindvoerders daalt. Jawel, beste Raad, weet u waarom? Omdat er nu ambtenaren zijn die de bewindvoerderstaken uitvoeren. Ander beleid hoeft namelijk niet per se slecht beleid te zijn. Wat is er mis met gemeenten die burgers helpen en hen ervan te overtuigen dat er ook een bestaan mogelijk is zonder schulden? Laten we de problematiek (opnieuw) tot in detail analyseren en pas daarna conclusies trekken.
Robert Jan Blom