Nee, hij is geen voorstander van het invoeren van een quotum dat bedrijven verplicht vrouwen in het bestuur op te nemen. Die maatregel heeft in andere landen tot een exodus van multinationals geleid. Toch breekt onze columnist Robert Jan Blom een lans voor de ondernemerskwaliteiten van vrouwen. ‘Omdat zij niet meteen een bouwplan voor een glazen kantoorkolos op de Zuidas zullen indienen maar geneigd zijn een droge realistische begroting op te stellen.’
Non-nieuws
Kent u dat? Nieuws dat een leven lang niet verandert en daarom feitelijk geen nieuws is. Zo weet ik al sinds 1950 dat er geen vrede heerst in het Midden Oosten, dat er in Afrika honger wordt geleden en… dat er aan de top van het bedrijfsleven nauwelijks vrouwen te vinden zijn. Een tijd geleden deed ik als bedrijfseconomisch onderzoeker tweemaal een studie naar dit verschijnsel. Vorige week ontdekte ik dat ik precies dezelfde conclusies zou trekken wanneer ik de analyse vandaag zou herhalen. Waarom? Omdat er niets is veranderd. Niets, nada, nul. Wat las ik in de krant? Dat de percentages vrouwelijke bestuurders (zes procent) en het aantal vrouwelijke commissarissen (25 procent) alweer gelijk zijn gebleven. Jaar in jaar uit is het hetzelfde liedje. Dit nieuws is geen nieuws: het is een opgewarmd prakje letters, een opgegraven archiefstuk dat als actualiteit wordt geserveerd. Het is non-nieuws, bladvulling!
Feministische heilstaat
Heel voorzichtig zou ik er wél voor willen pleiten dat we volgend jaar eens iets anders lezen over dit onderwerp. Wees gerust, ik ben geen voorstander van een vrouwenquotum. Wie bedrijven wil verplichten meer vrouwen in het bestuur op te nemen, doet er verstandig aan De mythe van het glazen plafond van Elsevier-journaliste Marike Stellinga nog eens open te slaan. In dit boek schetst deze econome een nachtmerrieachtig beeld van de feministische heilstaat Noorwegen. Al in 2003 roffelden Vikingvrouwen zich vrijmoedig op de borsten. Als eerste land ter wereld dwong Noorwegen beursgenoteerde bedrijven hun raden van commissarissen voor veertig procent met vrouwen te vullen. Dat deze ‘commissarissen’ vaak uit klaslokalen, kinderopvang en ziekenhuizen moesten worden geplukt omdat er in het om olie, hout en vis draaiende bedrijfsleven geen vrouwen werken, mocht de pret niet drukken. Honderden mannen werden van het pluche geschopt om plaats te maken voor vrouwen. In 2003 telde Noorwegen nog 563 beursgenoteerde bedrijven, vijf jaar later waren er nog 179 over. Andere effecten waren er niet.
Kantoorkolos op de Zuidas
En toch wil ik tegelijkertijd een lans breken voor vrouwen. Waarom? Simpel. Omdat vrouwelijke ondernemers het stukken beter doen dan mannen. Daar zijn een aantal redenen voor. Ten eerste krijgen zij de financiering gemakkelijker rond: een bankmedewerker knippert slechts éénmaal met de ogen als een vrouw een krediet aanvraagt voor haar op te richten bedrijfje. Zij zal niet meteen een bouwplan voor een glazen kantoorkolos op de Zuidas indienen maar geneigd zijn een droge realistische begroting op te stellen. Ten tweede kiest een vrouw veel vaker voor de sector waarin zij opgeleid is. Mannen kijken veel meer naar de winstmogelijkheden en starten dan in de branche waarin zij – opportunistisch – de beste kansen zien. Ze gaan prat op hun neusje voor ‘een gat in de markt’, een gat dat later alleen in hun hand blijkt te zitten. Bijna veertig procent van de vrouwen kiest bewust voor een sector tegen slechts veertien procent van de mannen. En dit zijn nog maar enkele voorbeelden uit de vele onderzoeken die naar dit fenomeen ondernomen zijn. Ook rond dit onderwerp is het netto resultaat steeds gelijk: vrouwelijke ondernemers presteren beter dan mannen. Toch een factor om ernstig mee te laten wegen wanneer er straks in de board een vacature ontstaat, heren.
Robert Jan Blom