Archeologische vondsten moeten worden afgegeven aan de provincie waar de opgravingen zijn gedaan. Als een archeoloog dit weigert, starten alle provincies – met uitzondering van Overijssel – een gezamenlijke procedure om die bodemschatten alsnog te krijgen.
De archeoloog verrichtte opgravingen op het grondgebied van de provincies. Maar de opdrachtgever – die door de provincie was ingehuurd – betaalde niet alle rekeningen voor dit archeologisch onderzoek. De archeoloog besloot vervolgens de vondsten niet over te dragen aan de provincies maar ze via een veiling te verkopen. Onverkochte vondsten zou het bedrijf vernietigen. Hiermee wilde de archeoloog ervoor zorgen dat de provincies druk zouden uitoefenen op de opdrachtgevers om alsnog de facturen te betalen, of dat de provincies dit zelf zouden doen. De wanbetaling leidde er in ieder geval toe dat de onderneming van de archeoloog failliet werd verklaard.