De Amerikaanse producent van auto-onderdelen First Brands Group, die in september vorig jaar faillissementsbescherming aanvroeg in de Verenigde Staten, blijft verwikkeld in een omvangrijk onderzoek naar vermoedelijke financiële fraude. Maanden na de Chapter 11-aanvraag is nog altijd onduidelijk hoe omgerekend circa 1,84 miljard pond aan bedrijfsvermogen kon verdwijnen.
First Brands Group is actief in de aftermarket voor auto-onderdelen en levert onder meer remsystemen, filters en verlichtingsproducten. In de faillissementsaanvraag bij de rechtbank in Texas meldde het concern een schuldenlast die uiteenloopt van 8 tot mogelijk 40 miljard pond, tegenover activa die naar schatting tussen 800 miljoen en 8 miljard pond liggen. Dat enorme gat vormt de kern van het lopende onderzoek.
Onderzoek naar complexe en mogelijk misleidende financiering
Uit rechtbankdocumenten en verklaringen van betrokken partijen blijkt dat het faillissement niet alleen het gevolg is van tegenvallende marktomstandigheden, maar samenhangt met complexe en weinig transparante financieringsstructuren. Daarbij zouden klantvorderingen en voorraden via derden zijn gefinancierd, soms zelfs meerdere keren tegelijk.
Volgens voorlopige analyses leidde deze praktijk tot het creëren van zogenoemd fictief onderpand. Toen financiers en toezichthouders de constructies nader onderzochten, bleek een aanzienlijk deel van de vermeende activa niet of onvoldoende te bestaan, met als resultaat een miljardenkort.
Onafhankelijke onderzoeker richt pijlen op voormalig topmanagement
De rechtbank stelde eerder advocaat Martin De Luca aan als onafhankelijk onderzoeker. De Luca, een ervaren procesjurist bij Boies Schiller Flexner, kreeg een onderzoeksbudget van omgerekend 5,6 miljoen pond om de gang van zaken te reconstrueren. Een belangrijk aandachtspunt is de rol van voormalig CEO Patrick James.
Volgens bronnen rond het dossier zou James de waarde van First Brands hebben opgevoerd door middel van schuldfinancierde overnames, terwijl tegelijkertijd geldstromen werden afgeleid via dubieuze financieringsafspraken. De kernvraag is in hoeverre sprake was van bewuste misleiding van kredietverstrekkers.
Liquiditeitsproblemen blijven aanhouden
Hoewel het faillissement al maanden loopt, verkeert het bedrijf nog steeds in financieel zwaar weer. Na de Chapter 11-aanvraag werd een noodfinanciering van circa 880 miljoen pond aangetrokken om de bedrijfsvoering voort te zetten. Inmiddels is daarvan nog slechts ongeveer 152 miljoen pond over.
Tijdens recente zittingen waarschuwde de advocaat van het bedrijf dat First Brands zonder aanvullende financiering mogelijk niet in staat is de activiteiten voort te zetten. Tegelijkertijd lopen de operationele uitgaven op, terwijl betalingen van klanten achterblijven vanwege twijfel over facturen en eigendomsrechten.
Conflicten tussen schuldeisers en verkoop van bedrijfsonderdelen
De nasleep van het faillissement leidt tot toenemende spanningen tussen schuldeisers. Zo beschuldigt financier Evolution Credit Partners het bedrijf ervan onjuiste informatie te hebben verstrekt over de omvang van voorraden en investeringen, met een vermeende overschatting van circa 88 miljoen pond.
Om de waarde voor schuldeisers veilig te stellen, wordt inmiddels gewerkt aan de verkoop van het bedrijf of afzonderlijke bedrijfsonderdelen. Ondanks de reputatieschade is er belangstelling vanuit de markt, vooral vanwege de sterke merken die First Brands bezit.
Mogelijke strafrechtelijke gevolgen
Het onderzoek naar de financiële gang van zaken loopt nog. Mocht worden vastgesteld dat sprake is van fraude, dan kunnen strafrechtelijke vervolgingen volgen tegen voormalige bestuurders en andere betrokkenen. De faillissementsrechter heeft inmiddels besloten parallelle onderzoeken van schuldeisers te beperken om het onafhankelijke onderzoek niet te doorkruisen.