Ruim een jaar na het faillissement van Blokker staat nog altijd een aanzienlijk deel van de voormalige winkelpanden leeg. Ongeveer 40 procent van de locaties heeft nog geen nieuwe invulling gekregen. Toch zien vastgoedspecialisten en retailexperts daarin geen reden tot somberheid. Integendeel: de Nederlandse winkelstraat is volop in beweging en blijkt veerkrachtiger dan vaak wordt gedacht.
Uit cijfers van onderzoeksbureau Locatus blijkt dat van de bijna 400 Blokker-winkels die eind 2024 hun deuren sloten, er nog zo’n 140 tot 150 leegstaan. Dat percentage ligt volgens kenners binnen de verwachtingen. “Gezien de marktomstandigheden is dit een heel behoorlijk resultaat,” klinkt het vanuit de vastgoedhoek. Vooral op aantrekkelijke plekken in grotere steden en dorpskernen zijn de panden inmiddels weer verhuurd.
Discounter grijpt zijn kans
Waar Blokker vertrok, zagen vooral prijsvechters hun kans schoon. Ketens als Wibra, Kruidvat, Normal, Takko Fashion en Van Haren namen samen tientallen locaties over. Wibra alleen al opende in 46 voormalige Blokkerpanden een winkel. Ook Intertoys, ooit onderdeel van het Blokkerconcern, wist opnieuw plekken in te nemen.
Die verschuiving past bij het veranderende consumentengedrag. Prijsbewust winkelen is steeds normaler geworden en koopjesjagen heeft zijn negatieve imago verloren. Dat huishoudartikelen minder populair zouden zijn, is volgens experts niet het probleem; juist het middensegment waarin Blokker actief was, heeft het zwaar door concurrentie van zowel discounters als webshops.
Huishoudwinkel niet verdwenen
Opvallend is dat slechts een vijfde van de panden opnieuw een huishoudwinkel huisvest. Dat zijn er zo’n 80. Een deel daarvan behoort tot de vernieuwde Blokkerformule, die in de zomer van 2025 een doorstart maakte onder leiding van Roland Palmer. De ‘nieuwe’ Blokker telt inmiddels enkele tientallen vestigingen, vooral in middelgrote steden en dorpen.
Daarnaast zijn er oud-franchisenemers die onder een andere naam zijn doorgegaan, zoals Allesz, en blijft ook Marskramer zichtbaar in het straatbeeld. De huishoudwinkel is dus niet verdwenen, maar heeft duidelijk terrein moeten prijsgeven.
Niet elke plek is een winnaar
Dat niet alle panden snel een nieuwe huurder vinden, heeft ook te maken met locatie. Sommige Blokkerwinkels draaiden al jaren matig en lagen buiten de echte looproutes. In kleinere plaatsen is leegstand bovendien al langer een structureel probleem. Extra aanbod door een groot faillissement maakt het daar niet eenvoudiger.
Voor die plekken wordt steeds vaker naar alternatieve functies gekeken. Horeca, dienstverlening zoals kappers en schoonheidssalons, of zelfs woningen behoren tot de opties. Zeker dat laatste sluit aan bij het grote woningtekort. Tegelijkertijd waarschuwen experts voor een te eenzijdige invulling: winkelstraten met veel afspraakgebonden diensten trekken minder toevallige passanten.
Compactere winkelgebieden
De leegstand en herverdeling leiden uiteindelijk tot een herschikking van winkelgebieden. Minder rendabele straten verliezen hun winkelfunctie, terwijl winkels zich concentreren op de zogeheten A-locaties. Het resultaat: kleinere, compactere winkelcentra met minder leegstand en een aanbod dat beter aansluit bij wat consumenten zoeken.
De teloorgang van Blokker heeft het straatbeeld onmiskenbaar veranderd, maar van een ‘klap voor de winkelstraat’ is volgens kenners geen sprake. De winkelstraat verandert, krimpt soms, maar vindt ook nieuwe vormen. En daarin blijken vooral discounters en flexibele formules de grote winnaars.