We lijden met z’n allen aan schizofrenie, betoogt onze columnist Robert Jan Blom. Een recent onderzoek liet zien dat we in het beste land van de wereld wonen en tegelijkertijd wordt ‘hier zo luid geklaagd dat het er op lijkt dat we met Afghanistan moeten concurreren om de láátste plek van de 163 landen tellende toplandenlijst’. Blom heeft zijn buik vol van politieke ‘leiders’ die met hun rug naar de toekomst staan ‘gegijzeld door de ogen van de bange kiezers die ze denken te vertegenwoordigen’.
Eerste plaats in de ‘Good Country Index’
Nederland is een raar, bijna schizofreen land. In de laatste editie van de ‘Good Country Index’ – een gezaghebbend jaarlijks onderzoek naar het welzijn aller landen – staan we op numero uno. We verslaan de Zwitsers, de Noren, de Amerikanen en geven ook die ijdele Zweden het nakijken. Maar we roffelen onszelf niet op de borst. Dat past niet bij ons, zeggen we tegen elkaar. We blijven liever mopperen. Op tv, op de radio, in de kranten. Wat heet, we klagen zo luid dat het er soms op lijkt dat we met Afghanistan moeten concurreren om de láátste plek van de 163 landen tellende toplandenlijst!
Hollands fenomeen
Neem het klimaatakkoord. Ook dit akkoord is een Hollands fenomeen om trots op te zijn. Noem mij één ander land waar bedrijfsleven, vakbonden, milieuclubs en politici van linker- en rechterzijde zo intensief met elkaar in gesprek zijn om een duurzame samenleving te bewerkstelligen. ‘Geen land laat zoveel mensen en belangen meepolderen om te komen tot een gedegen aanpak,’ constateerde de jonge D’66-leider Rob Jetten begin dit jaar terecht in de Volkskrant. Ook over dit sterke staaltje samenwerking slaan we onszelf niet op de borst. We maken liever het eerste de beste plan met de grond gelijk.
Brede barricade
Van Jesse Klaver en Trouw tot Klaas Dijkhoff en De Telegraaf: het verzet tegen (de nog niet eens doorgerekende) voorstellen klinkt op uit een brede barricade. Wat de in menig opzicht zo verschillende tegenstanders verbindt is angst. Angst voor verandering. De energiebelasting op gas gaat omhoog, de dieselmotor wordt afgeschreven, de benzineauto staat aan de vooravond van zijn laatste cyclus, vliegen wordt onherroepelijk duurder, het plastic tasje verdwijnt, rundvlees en leren schoenen gaan op de bon. Kortom, nog een paar jaar en we kijken met een melancholiek en misschien wat schuldbewust retrogevoel terug op de fossiele jaren van ronkende uitlaten, bloedrode biefstukken en walmende schoorstenen.
Gegijzeld door de ogen van bange kiezers
Daar staat tegenover dat lucht, water en natuur schoner worden, huisvuil (bron van grondstoffen) voortaan geld oplevert, het schrijnende dierenleed in de bio-industrie wordt opgeheven en we geen torenhoge olierekeningen uit Arabië meer hoeven te betalen. Deze resultaten gaan verloren in het getoeter van criticasters als Klaver en Dijkhoff. Deze ‘leiders’ staan met hun rug naar de toekomst, gegijzeld door de ogen van de bange kiezers die ze denken te vertegenwoordigen. Nee, de toekomst zal er misschien niet leuker uitzien en gemakkelijker wordt het ook niet. En laten we ook niet denken dat het leven er stukken goedkoper op zal worden. Maar een ding is zeker. Er is geen betere manier om het klimaatprobleem te lijf dan door met alle betrokkenen om de tafel te gaan zitten. Niet met drammers, weglopers, neezeggers en azijnspuwers, maar met mensen die werkelijk bereid zijn zich in te zetten voor het gemeenschappelijke doel om de aarde leefbaar te houden en netjes achter te laten voor de hen die na ons komen.
Robert Jan Blom