Actuele informatie over faillissementen en surseances

Goed voornemen voor rechters: verleen geen surseance meer

Door:
Robert Jan Blom
  |  24 december 2015
Macintosh, V&D, DA: alsof ze het met elkaar hebben afgestemd, haasten de directies van grote winkelketens zich om surseance aan te vragen. Wat is surseance eigenlijk, behalve een schaamlap die het falen van ondernemers camoufleert? Robert Jan Blom roept rechters op om 2016 zuiver te beginnen. Hoe? Door het te vaak misbruikte begrip ‘surseance’ uit de faillissementsvocabulaire te schrappen.

Surseance is het Woord van de Maand december

Nee, een kans om ‘sjoemelsoftware’ rechts in te halen en alsnog tot Woord van het Jaar 2015 te worden uitgeroepen, zit er niet in voor ‘surseance’. Misschien mag de term nog wel worden uitverkoren tot het woord van de maand december, want deze maand buitelen de krantenkoppen waar ‘surseance’ in voorkomt plots over elkaar heen. V&D, Macintosh Retail Group, DA: opeens vragen ze allemaal surseance aan bij de rechter. Wat betekent dat precies?

Office party

Het woord surseance is ontleend aan het Franse surséance dat op zijn beurt afstamt van het Latijnse sursisa. Letterlijk betekent surseance opschorting, onthouding. Zo kunt u straks bij het kerstdiner aankondigen in surseance te gaan en uw hand boven uw glas te houden wanneer broer of zus de Pinot Noir wil bijschenken. Ook wanneer uw secretaresse tijdens de nazit van een office party aanhalig op uw schoot kruipt, kan het woord redding brengen: u kunt melden dat u op erotisch vlak in surseance verkeert. Surseance is namelijk per definitie een staat van tijdelijkheid: bij een volgende ronde lust u wel weer een glas en wie weet heeft uw secretaresse meer kans van slagen wanneer zij straks in de pantry of de lift avances maakt.

Faillissementsvocabulaire

Eerlijk is eerlijk: alleen op partijtjes van aangeschoten insolventieadvocaten zal het woord surseance op bovengenoemde manieren worden gebezigd. Surseance is het exclusieve eigendom geworden van de faillissementsvocabulaire waarin het staat voor ‘uitstel van betaling.’ Aan een schuldenaar op wie faillissement is aangevraagd, kan op zijn verzoek, surseance worden verleend. Surseance betekent dat de schuldenaar nog voldoende kansen ziet voor de onderneming en ervan overtuigd is dat de schuldenlast een ‘tijdelijke kwestie’ is. Omdat geen enkele rechtbank ten onrechte een  faillissement wil uitspreken, wordt er bijna altijd wel tijdelijk surseance verleend. De rechtbank wijst een bewindvoerder aan die binnen enkele dagen moet vaststellen of de problemen op korte termijn oplosbaar zijn. In ruim tachtig procent van de gevallen eindigt surseance toch in het faillissement.


Statistische jokkebrokken

Statistisch bezien kun je stellen dat ondernemers die surseance aanvragen tegen beter weten in handelen, ja, in feite jokkebrokken zijn. Tijdelijk? Gelooft Macintosh, aan wie de rechtbank Limburg afgelopen dinsdag surseance verleende, werkelijk nog in een toekomst voor haar schoenenketens Manfield, Scapino en Dolcis? ‘De waarde van het aandeel staat op nul,’ verklaarde een woordvoerder tegenover het FD. Denkt de directie van V&D – die een dag later surseance aanvroeg – echt dat eigenaar Sun Capital alsnog op zijn schreden zal terugkeren en de kredietstekker weer zal aansluiten? Neu, laten we elkaar niets wijs maken. Het is einde oefening voor deze bedrijven en ze weten het.

Surseance is een schaamlap

Surseance is een mooi woord. Als liefhebber van Oude Talen kan ik ervan genieten dat Latijnse begrippen worden afgestoft en voortleven in het hedendaagse taalgebruik. Toch mag het woord surseance wat mij betreft geheel worden geschrapt. Finis, ultima, terminus, om er nog maar wat Romeins tegenaan te gooien. Waarom? Omdat het een bedrieglijke uitdrukking is, een schaamlap die de werkelijkheid verdoezelt. Ondernemers die surseance aanvragen, weten al lang dat hun toko slecht draait, dat de financiële sores hen boven het hoofd groeien, dat ze hun rekeningen niet kunnen betalen. Zodra ze surseance aanvragen, beginnen ze schijnheilig te leuteren over het ‘redden van banen’, over ‘winkels die gewoon open blijven’ en over ‘doorstarts.’ Wat ze niet zeggen maar wel bedoelen is dat ze het liefst lekker zouden doorgaan met hun onderneming maar dan zonder die gigantische stapel rekeningen en zonder dure personeelsleden.

Zet een streep door het woord surseance

De juristen van de over surseance rebbelende ondernemingen weten precies hoe het zit: als je je schulden niet kunt betalen, ben je volgens de wet failliet. Punt aan de lijn. Waarom toch voor stommetje spelen? Waarom proberen te redden wat er te redden valt als de drenkeling al morsdood is? De cijfers liegen niet, ondernemers wel. Het wordt tijd dat rechters een streep zetten door het woord surseance, dat zij aanvragen voor uitstel van betaling botweg gaan weigeren. Het betekent niets, heeft niets om het lijf en wordt alleen maar ingediend om tijd te winnen. Jammer van het woord, dat wel.

Robert Jan Blom Wie is Robert Jan Blom
Robert Jan Blom is een toonaangevend deskundige op het terrein van ondernemerschap en faillissementen. Hij publiceerde 75 boeken over het ondernemerschap, waaronder een groot aantal werken die specifiek ingaan op het faillissement. zoals Failliet in de Praktijk (1992), Failliet, Het onderzoek (1996) en Faillissement, Surseance en Schuldsanering (2000). Daarnaast is hij gastdocent, spreker en commentator: geregeld treedt hij op bij radio- en tv-programma’s als Buitenhof, RTL-Z en het NOS Journaal. Blom is als vast columnist verbonden aan Faillissementsdossier.nl.

Volg het laatste nieuws en insolventies via Twitter
Volg het laatste nieuws en insolventies via Facebook
  • Binq Media B.V., Media Park, Locatie Heideheuvel H1, Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum, Nederland