Is hier sprake van een wanhopige poging het Journaal te halen of heeft Graydon meer dan een komkommerbericht te pakken? Het Rotterdamse bedrijfsinformatiebureau beweert op basis van onderzoek dat met vrouwen in de bestuurskamer de kans op een faillissement aanzienlijk daalt. Zin of onzin?
Innovatiedrang
De besluitvorming zou beter verlopen. De juiste balans tussen mannen en vrouwen zou de creativiteit en innovatiedrang stimuleren. Meer vrouwen aan de top betekent betere financiële resultaten. Aan de lange rij voordelen die aanhangers van diversiteitsbeleid met grote hardnekkigheid op blijven sommen, kan weer een nieuwe claim worden toegevoegd. ‘Vrouwen in de boardroom verlagen de kans op faillissement,’ meldde Graydon recentelijk. Bron van deze gewaagde stelling is Anda Anton, als ‘insight developer’ verbonden aan Graydon. Zij verrichtte een onderzoek naar het ‘verband tussen persoonlijke karakteristieken van managers en de kans op een faillissement.’ Op welke data baseert zij haar conclusie?
Data van 3,4 miljoen bedrijven
Het moet gezegd, Anton heeft zich niet beperkt tot een handjevol niet-representatieve belrondjes waar een smakelijk etiket op is geplakt. Blijkens de volledige versie van haar studie, heeft ze de uitputtende database van Graydon geraadpleegd. De dataleverancier verzamelt al decennia gegevens van miljoenen Nederlandse bedrijven en verkoopt deze door aan klanten die bijvoorbeeld de kredietwaardigheid van een nieuwe relatie willen toetsen. Anton stopte de relevante getallen van 3,4 miljoen bedrijven in een vergelijkingsprogramma en selecteerde binnen deze groep vijf miljoen topmanagers uit het hogere echelon. Haar onderzoek strekte zich uit over 36 periodes van twaalf maanden. De resultaten van haar data-analyse zijn verrassend.
Testosteron
Bij de actieve bedrijven bestond dertig procent van de bestuursleden uit vrouwen, bij de failliete bedrijven slechts achttien procent. Uitgesplitst naar verschillende sectoren blijft dit beeld gelijk. De gezondheidszorg is de enige bedrijfstak waarin meer vrouwen dan mannen managementfuncties bekleden. Maar bij gefailleerde ondernemingen uit deze sector slaat de balans de andere kant uit en is 61 procent van het bestuur man. Gevraagd naar een verklaring van haar bevindingen, slaat Anton een biologieboekje open. 'Eerder onderzoek heeft aangetoond dat het niveau van testosteron bepalend is voor de hoeveelheid risico's die iemand neemt of accepteert,’ zegt ze. ‘Mannen hebben een hoger testosterongehalte dan vrouwen, waardoor ze ook vaker bereid zijn om hogere risico's te nemen. Dat kan een reden zijn waarom gezonde bedrijven vaker een gemengd bestuur hebben dan reeds failliete bedrijven.'
Jobhoppers zijn vaker brokkenpiloot
Naast diversiteit ontdekte Anton nog een andere frappante correlatie tussen het faillissementsrisico en een kenmerk van managers. Met jobhoppers aan het roer heeft een bedrijf een hogere kans om op de fles te gaan dan met hondstrouwe bestuurders. Van de actieve bedrijven heeft 63 procent van de bestuursleden slechts één andere functie uitgeoefend, leiders van failliete bedrijven hebben vaker om zich heen gekeken: slechts 38 procent beperkte zich tot één baan elders. ‘Om deze resultaten te duiden is verder onderzoek nodig naar de redenen waarom managers van baan veranderen,’ zegt Anton. 'Mogelijke verklaringen liggen bij de (mis)match tussen bedrijf en een persoon, bekwaamheid en in- en extrinsieke motivatie.'
Teveel werkervaring
Hoewel werkervaring bijna altijd als een positief punt wordt gezien, blijkt uit de Graydon-studie dat het niet altijd in het voordeel werkt van bedrijven. Zo hebben de managers van failliete bedrijven een gemiddelde werkervaring van elf jaar, terwijl leidinggevenden van actieve ondernemingen gemiddeld over 8,6 jaar werkervaring beschikken. 'Een mogelijke verklaring ligt bij het risicogedrag van personen', zegt Anton. 'Er bestaan heel wat studies die wijzen op het negatief effect van zelfvertrouwen op risico-aversie. Daarnaast is het bewezen dat meer ervaring leidt tot een hoger zelfvertrouwen. Dat betekent dat personen met veel ervaring binnen een bepaald vakgebied meer risico's nemen vergeleken met minder ervaren collega's. Dit kan soms negatieve gevolgen hebben voor een bedrijf.' Bij al deze conclusies past uiteraard de nodige voorzichtigheid. Ruud Pruijm, emiritus hoogleraar corporate governance aan de Erasmus-universiteit, ploegde talloze studies naar de effecten van diversiteitsbeleid door en stelt dat ‘de gevonden relaties moeilijk te duiden zijn in een oorzaak-gevolg relatie.’