Met de regelmaat van de klok wordt aan bedrijven-in-nood surseance verleend. Wat betekent surseance en wat voegt dit uitstel van de betalingsplicht eigenlijk toe aan de wetgeving rond het faillissement?
Moet de surseance worden afgeschaft?
Al zeker dertig jaar roept het deskundigenlegioen op tot afschaffing van de surseance-optie. Waarom? Omdat surseance niets zou toevoegen, omdat er met surseance niets mogelijk zou zijn, omdat surseance schuldeisers in de kou zou laten staan, samengevat: omdat de surseance een grote leugen is. Hebben zij een punt? Laten we even door de argumenten heen wandelen. Maar eerst even iets over de surseance zelf.
Theoretisch onderscheid
In de Faillissementswet wordt gesteld dat je pas failliet gaat wanneer je ophoudt te betalen. Aan de ondernemer die voorziet dat hij straks niet meer kan betalen, kan surseance worden verleend. Het verschil zit ‘m dus in dat ‘ophouden met betalen’ en ‘voorzien dat je – mogelijk tijdelijk – niet meer kunt betalen.’ Is hier sprake van een puur theoretisch onderscheid? Ja, is het verschil op papier al lastig uit te leggen, in de praktijk is het vrijwel onmogelijk. Denkt u nu werkelijk dat de aanvrager van surseance tot op dat moment altijd netjes en op tijd betaald heeft maar dat hij nu ‘voorziet’ dat hij niet zal kúnnen betalen? Onzin: praktisch gesproken bestaat het onderscheid niet. Linksom of rechtsom kun je niet langer betalen en dan behoort er een faillissement te worden uitgesproken.
Rechter met handen in het haar
Wat kan een ondernemer doen aan wie surseance wordt toegekend? Niets. Hij is nog niet failliet maar hij kan ook niet langer betalen. Wat heeft hij dan aan de surseance? Er is niemand die hier een zinnig antwoord op kan geven, zelfs de rechter niet. Ook hij zit vaak met de handen in het haar en weet niet wat hij met een surseanceaanvraag aan moet. Omdat hij wettelijk gehouden is de aanvraag te beoordelen en de voorlopige surseance te verlenen, moet er een week lang gewikt en gewogen worden. In de meeste gevallen oordeelt de rechter dat er geen sprake is van een tijdelijke situatie van non-betaling en wordt alsnog het faillissement uitgesproken.
Geen baas in eigen bedrijf
In de kern van de surseance ligt de overtuiging besloten dat het gaat om een tijdelijke situatie: de ondernemer is ‘even’ niet in staat te betalen. Gelegenheid om de boel te redden heeft hij echter niet. De ondernemer-in-kwestie is geen baas meer in eigen bedrijf, die rol is overgenomen door de aangestelde bewindvoerder. Het personeel slaat op de vlucht naar een andere baan, een deel wordt ontslagen. Alle leveranciers nemen kennis van de surseance en kijken er wel voor uit om nog met de ondernemer zaken te doen. Hij is vleugellam, aangeschoten wild. Ja, hij kan maar beter failliet zijn.
Verkapte faillissementsaanvraag
Intussen staan ook de schuldeisers in de kou. Zij mogen, zoals dat heet, hun rechten niet uitoefenen zolang de surseance van kracht is. In afwachting van het faillissement moeten zij op een houtje bijten. Laat u niets wijs maken: in wezen is de surseance niets anders dan een verkapte of uitgestelde faillissementsaanvraag, het voorportaal van het onvermijdelijke faillissement. Zestig procent van de surseances wordt direct afgewezen, uiteindelijk blijven er slechts enkele tientallen aanvragen over. De meeste bedrijven waar surseance aan is verleend eindigen alsnog in een faillissement. Wanneer grijpt de politiek in en schrappen we de surseance? Den Haag is nu toch bezig met een herijking van de faillissementswetgeving? Hup dan, weg ermee, doorpakken nu. We hebben er niets aan, we kunnen er niets mee: de surseance is een grote leugen.
Robert Jan Blom