Dick Boer (Ahold) en Frans Muller (Delhaize) houden wel van een gokje. De kans dat hun grootgruttersfusie slaagt, is minder groot dan de kans dat je met een dobbelsteen zes gooit. Moet Jeroen Dijsselbloem straks een systeemsupermarkt overnemen?
Grote graai in de staatskas
Ze staan nog op ons netvlies gekerfd, de beelden van Wouter Bos die een peloton verslaggevers hijgend uitsluitsel geeft nadat hij weer op en neer is gependeld tussen Brussel en Den Haag. Moegestreden besloot hij ten slotte een grote graai in de staatskas te doen: voor € 16,8 miljard nam de overheid alle Nederlandse onderdelen van Fortis over, waaronder ABN Amro. Cynici grappen dezer dagen dat we over een paar maanden Jeroen Dijsselbloem in Bos’ voetsporen zien treden, in een natte microfoon verkondigend dat Albert Heijn als systeemsupermarkt gered moet worden uit het zinkende ruim van Delhaize ‘om de beschikbaarheid van levensmiddelen veilig te stellen.’ Dit perspectief zal de exclusieve blik van zwartkijkers blijven: een supermarkt is geen bank waar spaarders miljoenen hebben gestald. Niettemin staat wel vast dat Ahold en Delhaize met hun fusie een sprong wagen in een duister dat even ondoorgrondelijk is als de mist van het dramatische najaar van 2008, van de avonden waarop Bos zijn moment suprême beleefde.
Bloedgroepen die niet mengen
KLM en Air France gaan rollebollend over de landingsbaan, Hoogovens mort over de unfaire pensioeneisen van de Tata-collega’s van British Steel: het zijn slechts twee actuele voorbeelden van de lange lijst die is op te maken van gefuseerde ondernemingen waarin de bloedgroepen zich niet laten mengen. Natuurlijk, er zijn ook succesverhalen. Het huwelijk tussen Disney en Pixar uit 2006, het Vlaamse InBev dat in 2008 het Amerikaanse Anheuser-Busch overnam en, uit de oude doos, het Britse Shell dat in 1907 samenvloeide met Koninklijke Olie. Toch worden berichten over fusies steevast begroet door bijtende commentaren en zure opinies waarin de Utrechtse hoogleraar economie Hans Schenk de azijnfles mag hanteren. Samen met dertig onderzoekers heeft Schenk zich gebogen over ruim 25.000 fusies en overnames, een levenswerk dat zich vertaalt in een stroom boeken en artikelen die wereldwijd aftrek vinden. Zijn conclusie: ’65 tot 85 procent van de fusies mislukt. Slaagt een fusie, dan is dat toeval.’
Verstokte dossiervreter?
Kunnen ambitieuze topmannen Schenks uitspraken afdoen als de holle kreten van een verstokte dossiervreter? Nee, Schenk ziet meer van de wereld dan de muren van de universiteit. Hij is onder meer werkzaam als commissaris bij Connexxion, RFS Holding in Zwolle (het moederconcern van Wehkamp en fonQ.nl) en heeft daarnaast zitting in de SER. The Economist noemde hem ‘the internationally must reputable Dutch economist’, Le Monde nomineerde hem voor een wetenschapsprijs en media als The Wall Street Journal en The Guardian tikten zijn altijd smakelijk gekruide citaten op. ‘Ongeveer zeventig procent van de fusies levert niets op en is dus een verkwisting van financiële middelen, maar ook van de energie en tijd van het management,’ zei hij tegen weer een ander blad, De Groene Amsterdammer. ‘In slechts vijftien procent van de gevallen wordt nieuwe economische waarde gecreëerd. In economisch opzicht mislukt dus 85 procent van alle geregistreerde fusies waarbij op zijn minst één grote onderneming betrokken is.’
Organisatieadviesbureaus sceptisch over fusies
Een andere reden dat Schenk niet als een stoffige prof terzijde kan worden geschoven, is dat de fusiescepsis die hij sinds 2003 ventileert in de loop der jaren is bevestigd door een reeks gerenommeerde organisatieadviesbureaus, saillant genoeg dezelfde toko’s die toplieden met raad en daad omringen tijdens de realisatie van hun overnameplannen. De Boston Consulting Group concludeerde dat bij meer dan de helft van de transacties aandeelhouderwaarde verloren gaat, PwC stelde vast dat bij veertig procent van de fusies de integratiekosten hoger uitvallen dan geraamd en dat ‘het risico bestaat dat werknemers buitensporig worden belast.’ De Amerikaanse HR-specialist Hewitt Associates, in 2010 zelf samengevoegd met het Britse Aon, constateerde niet zonder zelfkennis dat acht van de tien grote Europese bedrijven de belangrijkste doelstellingen van een fusie niet bereikt.
Vroege beslisser
Lezen Dick Boer en Frans Muller deze rapporten niet? En, als ze er wel kennis van nemen, beschikken zij over een alternatief? Moeten ze stilzitten en afwachten tot ze zelf geknipt en geschoren worden? Nee, doceert de fusieprofessor. Als je uit bedrijfseconomische motieven tot een overname besluit, moet je zorgen dat deze plaats vindt op het moment dat de economie aantrekt. ‘De statistiek laat zien dat overnames aan het begin van een fusiegolf succesvoller zijn dan op het einde,’ zei hij in een interview met het FD. ‘Wat je dus moet proberen is om een vroege beslisser te zijn. Voordat de golf zijn grootste kneusjes aflevert, moet jij al thuis zijn.’ Boer en Muller lijken het tijdstip goed te hebben gekozen. Nu maar hopen dat de dobbelsteen de juiste kant oprolt.