400 jaar Karakter, 4 Eeuwen Grolsch, zo luidt de titel van het kloeke, net verschenen boek over de geschiedenis van Grolsch bier. Ondanks jarenlange research bevat het werk een paar pijnlijke fouten. Zo gaat de verkeerde voorvader failliet en is er ook twijfel over wie als eerste de beroemde beugelfles introduceerde.
Meesterschap in bedrijfshistorie
Dat vakmanschap meesterschap is geldt niet alleen voor het brouwen van bier maar misschien wel juist voor het schrijven van een boek dat beoogt de bedrijfshistorie van een gerenommeerd merk te vertellen. Toch moet Ru de Groen, samensteller van het op 11 mei gepubliceerde boek over de geschiedenis van het roemruchte Grolsch bier, zich in de regionale krant De Stentor uitputten in verontschuldigingen. ‘Mijn gemeende excuses als ik de verkeerde voorvader heb laten failleren,’ zegt hij nadat hij in verlegenheid is gebracht door een nazaat die met notariële aktes kan aantonen dat de verkeerde brouwer de schuld van een failliet in de schoenen geschoven krijgt.
Bier uit Grol
Waar geen twijfel over bestaat, is dat het dit jaar vier eeuwen geleden is dat er voor het eerst Grolsch bier werd gebrouwen. Aan de Kevelderstraat in Groenlo, een plaatsje in de Achterhoek dat in de volksmond als Grol werd aangeduid, koopt Willem Neerfeldt in 1615 een brouwerij waar hij bier gaat produceren. Oud en grijs geworden, draagt hij in 1666 het bedrijf over aan Peter Kuijper. Een logisch besluit: Kuijper heeft zich opgewerkt tot meesterbrouwer en is bovendien getrouwd met Neerfeldts dochter, Jenneken. Ruwweg anderhalve eeuw blijft de brouwerij in handen van de Kuijper-clan: Hermannus neemt het over van vader Peter, Garrit van Hermannus, Harmen Jan van Garrit. In 1806 dreigt de familietraditie te stokken als de zoon van laatste Kuijper – de naam wordt inmiddels als Kuiper gespeld – vroegtijdig overlijdt.
Bezweken onder ambitie
Dochter Joanna Maria Kuiper zet de lijnen echter voort: zij trouwt met brouwer Gerard Harperink die het bedrijf in 1806 voortzet en een paar decennia later overdoet aan zijn zonen, Petrus en Wilhelm. De vlijtige broers weten nieuwe markten aan te boren voor hun bier. Ze besluiten de binnenstad van Groenlo te verlaten: in 1876 openen zij buiten de stadsgrachten een nieuwe brouwerij, De Klok genaamd. In de visie van auteur De Groen bezwijkt het bedrijf onder deze plannenmakerij. In 1888 erft de zoon van Petrus Harperink een kwijnende brouwerij en ‘de arme Gerard slaagt er niet in het tij te keren. Hij gaat veel minder produceren, maar tevergeefs: nog datzelfde jaar gaat hij failliet.’ Via een notaris belandt de boedel uiteindelijk in handen van Theo de Groen die het fundament legt voor de glorieuze opmars van Grolsch tot het wereldmerk met de karakteristieke beugelfles.
Genetische voorkeuren
Door deze weergave laadt Ru de Groen de verdenking op zich dat hij zich tijdens het schrijven door enige genetische voorkeur heeft laten leiden. Ru geeft zijn voorvader Theo alle credits en schuift de overambitieuze broertjes Harperinks de Zwarte Piet toe. Een nazaat van Gerard Harperink, Robert Harperink uit Ootmarsum, is tegen deze ‘geschiedvervalsing’ in het geweer gekomen. Aan De Stentor legde hij deze week uit hoe het werkelijk zit, zijn verhaal stavend met notariële aktes die bewijzen dat de broers de aandelen van de brouwerij overdeden aan de zoon van Wilhelm Harperink, Johannes. Het was niet Gerard maar deze Johannes, de brouwmeester van de firma, onder wiens leiding Grolsch op de fles ging. Met behulp van een geldschietende notaris, wist de ondernemer door te starten tot de brouwerij in 1897 voor 9100 gulden werd gekocht door Theo de Groen.
Beugelfles
Harperink meent ook dat de claim als zou De Groen op het idee zijn gekomen het bier te bottelen in de beugelfles niet juist is: hij beschikt over een antieke beugelfles die dateert uit de dagen van voor de overname door De Groen. De auteur heeft laten weten fouten in een eventuele tweede druk recht te zetten.