De Nederlandse Rugby Bond (NRB) is zo goed als bankroet. Alleen wanneer alle leden voor één februari extra geld in de la storten, kan een faillissement nog worden afgewend. Hoe kon het trotse bastion van de hoogopgeleide haantjes zo afbladderen?
Schlemielen in boekhouding
Mannetjesputters op het gras, schlemielen als het gaat om het bijhouden van de boekhouding. De NRB, opgericht in 1932, heeft de bodem van de kas in zicht. De brievenbus van het bondsbureau aan de Amsterdamse Bok de Korverweg raakt zo langzamerhand verstopt met blauwe enveloppen van de Belastingdienst en facturen en aanmaningen van andere schuldeisers. Om in het komende half jaar haar voortbestaan te garanderen, heeft de bond acuut geld nodig. Aan alle leden is met klem verzocht een eenmalige ‘reddingsheffing’ over te maken: seniorleden moeten tachtig euro extra betalen, juniorleden veertig euro. De bond heeft de clubs opgedragen de heffingen te innen.
Rugby is populairder dan ooit
Wie denkt dat het financiële malheur is ontstaan omdat Nederland de rugbysport massaal de rug toekeert, heeft het mis. De ironie wil dat het ruige balspel, volgens de overlevering in 1832 uitgevonden op een kostschool in de Engelse plaats Rugby, juist populairder is dan ooit. Over 2011 rapporteerde NOC*NSF een groei van tien procent en ook vorig jaar steeg het aantal leden met zes procent naar ruim tienduizend. Het heeft er alle schijn van dat dit succes de bondsbobo’s naar het hoofd is gestegen. Aangemoedigd door de onstuimige aanwas, ontwikkelden zij een beleidsplan met als doel Nederland niets minder dan ‘te inspireren en te activeren met de kracht en discipline van rugby’. Daartoe moest onder meer een topsportcultuur worden gecreëerd. Het bondsbureau nam extra personeel aan, jeugdselecties werden naar internationale toernooien gezonden en dit voorjaar werd in Amsterdam het prestigieuze Women’s Sevens World Series georganiseerd, een jaarlijks toernooi waar ’s werelds beste vrouwenteams aan deelnemen.
Financiële chaos
Halverwege dit jaar drong het besef door dat het bestuur bij de realisatie van haar ambities het zicht op de cijfers is verloren. Penningmeester Lennart van Bolderick nam zijn verantwoordelijkheid en stapte op. Tijdens de algemene ledenvergadering van 28 juni werd zijn opvolger, Frans Lambers, bestookt met kritische vragen over de kosten van de evenementen en ‘de financiële chaos waar de bond in verkeert.’ Het verslag van de bijeenkomst vermeldt dat ‘de leden verontwaardigd en teleurgesteld reageren en zich hardop afvragen hoe dit heeft kunnen gebeuren en welke posten de grote boosdoeners zijn. Alle lijken moeten nu uit de kast en alle informatie voorradig op tafel!’ Een voorstel van het bestuur om de contributie eenmalig met 35 procent te verhogen, wordt door de leden van tafel geveegd. Met een stijging van tien procent gaan zij wel akkoord. Maar de extra gelden komen te laat om de gaten te kunnen dichten. Een maand later trekt ook bondsvoorzitter Willem de Jong, de grote roerganger achter de financieel nauwelijks onderbouwde professionalisering van het Nederlandse rugby, zijn conclusies en vertrekt.
1,2 miljoen nodig
De huidige interim-voorzitter Janhein Pieterse windt er geen doekjes om. ‘De schuldeisers zijn er klaar mee en willen hun geld,’ zegt hij vandaag in De Volkskrant. ‘Er is de afgelopen jaren veel geld uitgegeven zonder dat die uitgaven gedekt werden door inkomsten.’ Pieterse heeft becijferd dat hij 1,2 miljoen nodig heeft om de curator van zich af te houden. De reddingsheffing moet 675.000 euro opleveren. Verder schrijft hij een 350.000 grote obligatielening uit en vertrouwt hij op gunstige resultaten zodat de bond in 2017 weer uit het dal kan klimmen. Pieterse zet ook het mes in de begroting. Voor vergoedingen aan coaches en begeleiders is geen geld meer. Op het bondsbureau verdwijnt de helft van het personeel. En selecties die aan internationale toernooien willen deelnemen, zullen dit veelal op eigen kosten moeten doen. De interim-bestuurder geeft de rugbymacho’s een harde doch eenvoudige les: om Nederland te inspireren met de discipline van rugby is allereerst boekhoudkundige discipline nodig.