Ontbrekende jaarverslagen, een boekhouding in ‘envelopjes’ en een rij boze schuldeisers op de stoep: de curator heeft zijn handen vol aan de failliet verklaarde Stichting Leonardo, een club die onder meer beloofde hoogbegaafde kinderen rekenonderwijs op niveau aan te bieden.
Pleurisjong
Nog niet zo heel lang geleden noemden we een klierend kind een pleurisjong. De jongen of meid in kwestie werd ferm toegesproken door leerkracht en ouders, kreeg desnoods een fikse straf en daarmee basta. Tegenwoordig wordt een kind dat zich misdraagt ‘onderzocht’. En zie, in veel gevallen kan er een diagnose worden gesteld. Het kind krijgt een etiket: het heeft ADHD, PDD Nos, discalculie, Asperger, of het is hoogbegaafd. Wie denkt dat een kind om voor de laatste categorie te kwalificeren, geblinddoekt achter de piano minimaal Études opus 10van Chopin moet kunnen spelen, leeft in de vorige eeuw. Vervelen, dwars doen en om het uur ‘saai’ roepen, lijken voldoende voor een etiket dat toegang verschaft tot ‘speciaal’ onderwijs.
‘Abnormaal is het nieuwe normaal’
Ouders hebben het beste voor met hun kinderen. Weinigen van hen beseffen echter dat Nederland voorop loopt met het diagnosticeren van kinderen, ofwel, zoals een gelaten vader laatst op een blog verzuchtte: ‘Met stellen van abnormaal als de nieuwe norm.’ Onder onze leerlingen lopen zoveel dyslecten rond - van alle scholieren doet vijftien procent eindexamen via een aan hun zwakkere leesvaardigheid aangepaste tekst – dat de term ‘pseudodyslect’ gemeengoed is geworden in het onderwijs. ‘Iedere zelfbenoemde deskundige kan een dyslectieverklaring afgeven,’ schamperde een expert vorig jaar in de krant. ‘We moeten uitkijken dat we niet al onze leerproblemen dyslexie gaan noemen,’ zei Sander Dekker, staatssecretaris van Onderwijs in de Kamer.
Unieke factoren
Waarom juist Nederlandse in de rangorde van geëtiketteerde kinderen een koppositie inneemt, heeft te maken met twee factoren: onze vrijheid van onderwijs en ons systeem van de leerlinggebonden financiering, een in financieel opzicht explosieve combinatie. Anders dan vrijwel alle andere Europese landen kent Nederland particulieren de mogelijkheid toe zelf een school op te richten. Oorspronkelijk bedoeld om tegemoet te komen aan de vele verschillende godsdienstige stromingen in ons land, biedt de wet ook ruimte aan mensen die op basis van een overtuiging bijzondere onderwijsvormen willen opzetten.
Het beruchte rugzakje
Vooral sinds in 2003 de wet op de Leerlinggebonden Financiering werd ingevoerd, zagen veel particulieren het licht. Ouders van kinderen die door een commissie van een indicatie waren voorzien, kregen opeens een zak geld – het beruchte rugzakje – waarmee zij zelfstandig dan wel via de school passend onderwijs konden inkopen. In korte tijd ontstond er een heuse industrie met het exploiteren van de oprechte zorgen van ouders als verdienmodel. Pedagogische adviesbureaus, indicatie-experts, ADHD-behandelcentra, stichtinkjes: het leek erop dat elke werkloze rijschoolhouder zich op het speciale onderwijs stortte. Het aantal leerlingen met een zorgindicatie steeg binnen acht jaar tijd met 65 procent. De uitgaven van de overheid aan rugzakjes klommen van een half miljard naar 3,7 miljard euro.
Hoogbegaafde kinderen
In 2007 meldde de Leonardo Stichting zich op deze lucratieve markt. Begaan met het lot van hoogbegaafde kinderen die in het reguliere onderwijs te weinig aan bod zouden komen, ontwikkelde stichter Jan Hendrickx, oud-schooldirecteur te Venlo, een ‘concept’. Vooral nadat hij Natasja Vranken, een voormalig accountmanager uit de IT-sector, aantrok als directeur, ging het snel met het uitrollen van het ‘concept’. Scholen konden voor vele tienduizenden euro’s opstartkosten speciale Leonardo-klassen optuigen met smart boards, Apple laptops en andere fraaie apparaten. Daarnaast verplichtten driejarige contracten de scholen tot 5000 euro jaarcontributie alsmede tot het jaarlijks overmaken van 45.000 euro, onder meer ten behoeve van extra vakleerkrachten. Medio 2010 hadden circa zestig basisscholen en elf middelbare scholen hiervoor getekend: zij mochten zich tooien met het predicaat ‘Leonardo-school’.
Roemloze teloorgang
Inmiddels weten de scholen niet hoe snel ze van dit stempel af kunnen komen. Zoals het een boel initiatieven in deze moderne tulpenmanie is vergaan – denk aan de Iederwijs-scholen van de bewierookte zakenvrouw Yolanda Eijgenstein – ontkomt ook Leonardo niet aan een roemloze teloorgang. Dat de Leonardo Stichting pas een maand geleden failliet werd verklaard, is eigenlijk nog verbazingwekkend. Zoals een artikel in NRC/Handelsblad dit weekend nog eens in detail uiteenzette, rommelt het al tijden bij deze club die naamgever Da Vinci postuum het schaamrood op de kaken bezorgt. Leonardo bleek vooral te excelleren in het versturen van facturen en het inschakelen van deurwaarders, de begaafdheid stopte zodra het ging om het verschepen van lesmethoden en materialen, het beantwoorden van telefoontjes, het deponeren van jaarverslagen en het bijhouden van een ordentelijke boekhouding. In de krant vertelden oud-medewerkers dat directeur Vranken de bankschriften en bonnetjes ‘bewaarde in een envelop’. Collega’s die niet betaald kregen omdat scholen de overeenkomsten niet verlengden, stapten uiteindelijk naar de rechtbank. De curator onderzoekt momenteel of er sprake is geweest van paulianeus handelen en onbehoorlijk bestuur.