Na zware maanden opende Hennie van der Most woensdag het pretpark dat hij zelf nooit afkreeg. Over het resultaat was hij te spreken, maar het deed wel pijn. „Ik ben alles kwijt.”
Met zijn handen op de rug loopt Hennie van der Most door het pretpark in Rotterdam waar hij veertien jaar aan werkte. Wim Beelen, de man die het in maart overnam en er in een paar maanden een draaiende speeltuin van maakte, loopt naast hem. Minutenlang luistert hij zwijgend naar de uitleg. Dan, heel zachtjes: „Super.”