Wanneer een zaak failliet gaat, ligt dat meestal aan de ondernemer zelf. Meestal, maar niet altijd. Er zijn ook bedrijven die het loodje leggen doordat hen iets overkomt. Een ongeval of een winkelstraat die door de gemeente wordt afgesloten. Onze columnist Robert Jan Blom roept op tot meer aandacht voor deze onterechte faillissementen.
Eigen schuld, dikke bult?
Al mijn halve leven leg ik uit dat het faillissement allesbehalve een verschijnsel is dat een particulier of een bedrijf ‘zomaar’ overkomt. Integendeel, in 95 procent van de gevallen is het een kwestie van eigen schuld, hele dikke bult, zo blijkt uit onderzoek. Maar hoe zit het met die laatste vijf procent? Worden zij daadwerkelijk door toedoen van anderen over de rand van het financiële ravijn geduwd? Jazeker, ook dat komt voor, zoals blijkt uit deze schijnende voorbeelden.
Noodverordening nekt eethuis De Meiden
Het eerst geval speelde zich zo ongeveer naast mijn deur af, in mijn woonplaats Alphen aan den Rijn. Jarenlang frequenteerde ik daar het eethuis De Meiden. Het restaurant werd in 1995 door de zussen Chantal en Nathalie Roeleveld van hun ouders overgenomen. De zaak draaide altijd goed. Tot 3 augustus 2015. Op die dag ging er iets faliekant mis bij de renovatie van de Julianabrug: twee bouwkranen die op een ponton een brugdeel aanvoerden, vielen om en kwamen op meerdere panden vlak naast het restaurant terecht. Gelukkig eiste het ongeval geen mensenlevens, er was wel een hond die het leven liet. De gemeente stelde een noodverordening in. Bewoners van beschadigde huizen moesten het gebied verlaten, de Hooftstraat waar het restaurant aan lag werd afgezet, de klanten van De Meiden moesten hun heil elders in de stad zoeken.
Omzet gekelderd
Het ongeluk had grote gevolgen voor het restaurant. Gedurende de periode dat het gebied was afgesloten om de kranen te bergen en de schade te herstellen, kelderde de omzet van De Meiden met een ton. Uiteraard gingen zij op zoek naar een manier waarop de omzetderving kon worden gecompenseerd. De gemeente stelde echter dat het verlies ‘geen aantoonbaar verband’ hield met de ramp noch met de maandenlange afsluiting van de straat. Dit standpunt leidde er ook toe dat de verzekering niet thuis af. Aannemer BSB Staalbouw, verantwoordelijk voor de noodlottige hijsklus, verklaarde het ‘heel sneu’ te vinden voor Chantal, Nathalie en hun medewerkers. De eigenaresses wachtten niet tot hun faillissement werd uitgesproken. Ze gooiden teleurgesteld de deur in het slot en beëindigden de zaak. In dezelfde straat zijn meerdere winkeliers failliet gegaan.
Ondernemers slachtoffer van rioolvernieuwing
Ander voorbeeld. In 2002 bezetten veertig winkeliers het kantoor van de stadsdeelraad Amsterdam-Oud-West. Ze hadden er schoon genoeg van dat winkelstraat de Overtoom als gevolg van rioolwerkzaamheden al ruim twee jaar overhoop lag. Van klanten werd verwacht dat zij over bergen zand heen stapten en leidingen, kabels en bouwtoiletten trotseerden. De helft van de klanten had daar geen zin in. Gevolg: minstens tien ondernemers gingen failliet, de rest moest het zien te redden met een halve of nog lagere omzet.
Te weinig aandacht
Uiteraard zijn er veel meer voorbeelden van onterechte faillissementen en bijna-faillissementen. Helaas krijgen deze gevallen weinig aandacht omdat men er voetstoots van uitgaat dat de ondernemer een inzakkende omzet aan zichzelf te wijten heeft. Vaak is dat ook zo, maar zeker niet altijd! Daarom roep ik politici, gemeenten, andere overheden en verzekeraars op om kritisch naar de schuldvraag te blijven kijken. Want die schuld wordt soms te gemakkelijk op goedwillende ondernemers afgewenteld.
Robert Jan Blom