Zes maanden nadat de Olympische vlam er doofde, valt het Olympisch Park in Rio de Janeiro al ten prooi aan verpaupering. De atleten, de officials en de beveiligers hebben plaats gemaakt voor koperplunderaars en wormen die hun kopje door het beroemde gras van het Maracanã-stadion omhoog steken.
‘Welcome to hell’
In oktober 2009, toen Rio het bid van Chicago, Tokyo en Madrid versloeg en tot Olympische stad werd uitverkoren, brak op de Copacabana nog een volksfeest uit. Groengele vlaggen en ballonnen zweefden over de terrassen, het sambaritme golfde over de zee. Toen in juli vorig jaar de eerste atleten naar Rio vertrokken, werden ze tot hun verbazing op het vliegveld opgewacht door boze demonstranten die borden en spandoeken met de tekst
‘Welcome to hell’ omhooghielden. Een kort item in de tv-journaals, een berichtje op een achterpagina van de krant – veel meer aandacht kregen de opposanten niet maar een half jaar later blijken hun woorden een adequate voorspelling te zijn geweest.
Olympisch zwembad vol rotzooi
‘Hel’ is een wat overdreven omschrijving voor de taferelen die men nu aantreft bij een rondwandeling over de Olympische faciliteiten maar volledig misplaatst is het woord evenmin. De tribunes van het basketbalstadion waar Dream Team USA Servië aan de kant schoof zijn voor de helft gesloopt. De bodem van het Olympisch bad waar Michael Phelps zijn prijzenkast uitbreidde met vijf gouden en een zilveren medaille ligt bezaaid met rotzooi en het Maracanã-stadion ziet eruit alsof er een tropisch storm doorheen is geraasd. Alle investeringen voor de renovaties die de wereldberoemde voetbaltempel, in 1950 gebouwd voor het WK, heeft ondergaan in aanloop naar het WK van 2014 en de Spelen van vorig jaar, lijken teniet te zijn gedaan.
Maracanã geplunderd
De grasmat van het Maracanã is verdroogd en zit vol met gaten en wormen. Ruiten zijn ingeslagen. Tribunestoeltjes gesloopt. Binnen zijn de koperleidingen van de plafonds en de wanden afgerukt door plunderaars die er ook vandoor gingen met brandblusapparaten, beeldschermen en de bronzen buste van Mário Filho, de voetbaljournalist naar wie het stadion – dat officieel Estádio Jornalista Mário Filho heet – is vernoemd vanwege de doorslaggevende rol die hij speelde bij de totstandkoming. Braziliaanse voetbalbestuurders hebben de autoriteiten opgeroepen actie te ondernemen om ‘de vernietiging van het Maracanã’ te voorkomen. Als de gezagsdragers de schade willen komen opnemen, moeten ze overigens wel bij daglicht arriveren: in januari werd de elektriciteit afgesloten omdat er nog een stroomrekening van een miljoen dollar openstaat.
Verpaupering
Te vrezen valt dat de overheid geen haast zal maken om de verpaupering van de Olympische faciliteiten tegen te gaan. Mede als gevolg van corruptieschandalen, gekelderde grondstofprijzen en de voortdurende politieke onrust, verkeert Brazilië al jaren in een diepe recessie. Het herstel verloopt tergend traag. Analisten gaan voor de komende jaren uit van een matige groei maar, zodra er wat meer bestedingsruimte ontstaat, zijn er tal van andere noden die gelenigd moeten worden: het oplappen van stadions prijkt onderaan de prioriteitenlijstjes. Daarmee zal de enige tastbare erfenis van de Spelen voorlopig blijven bij een paar verbeteringen in het openbaar vervoer waar voornamelijk de betere wijken van profiteren. Theresa Williamson, directeur van een ngo die in Rio de armen in de favela’s bijstaat, is somber gestemd: ‘Tachtigduizend mensen moesten het veld ruimen voor deze Spelen. Deze stakkers leven nu in slechtere omstandigheden dan daarvoor – en ze hadden het al beroerd.’