Actuele informatie over faillissementen en surseances

Waarom nog veel meer winkels failliet mogen gaan

Door:
Robert Jan Blom
  |  21 september 2016
Hoewel het wat beter gaat met de economie, weet de retailsector daar nauwelijks van te profiteren. Winkeliers geven de hevige online concurrentie de schuld. Zou dat werkelijk de enige reden zijn waarom het herstel in hun branche niet doorzet? Volgens onze columnist Robert Jan Blom is er iets heel anders aan de hand.

Mopperverhalen

Valt het u ook op? Op verjaardagsfeestjes en borrels wordt steeds luider geklaagd over de service die winkels bieden – beter gezegd, het gebrek daaraan. Nu zijn dit soort mopperverhalen al jaren een geliefd onderwerp maar ik heb de indruk dat het erger wordt, in elk geval in mijn omgeving. Drie voorbeelden uit de oogst van de afgelopen weken. Een kennis van me die bij een gerenommeerde autodealer een afspraak voor proefrit had, vond het stijlloos dat hij werd geholpen door een verkoper die aan een explosie uit de aanpalende garage leek te zijn ontsnapt: de man droeg een vlekkerig T-shirt en een vale spijkerbroek met gaten en eruit puilende vezels. Ik geloof dat deze ripped jeans in de mode zijn. Een vriendin kocht een leren bankstel dat na een paar maanden bleek te verkleuren. De meubelzaak betwistte haar visie: ‘U bent er te vaak op gaan zitten.’ Ze moest aangetekende brieven sturen en zelfs dreigen met juridische actie voordat de winkelier in actie kwam en haar uiteindelijk een vervangende bank aanbood. Tot slot de collega die een duur horloge aanschafte met ‘onkrasbaar saffierglas’. U raadt het al, binnen drie maanden kwamen er toch krassen op. Niettemin weigerde de juwelier een nieuw exemplaar te geven: ‘Te intensief gebruik valt niet binnen de garantie.’

Knorrige zeurpieten 

Het zou natuurlijk kunnen dat de knorrige zeurpieten oververtegenwoordigd zijn in mijn vrienden- en kennissenkring. Misschien ben ik door hun verhalen aangestoken of misschien is er echt iets aan de hand, feit is dat ook ik vaker wordt getroffen door de voorvallen van beroerde dienstverlening. Zo liep ik kort geleden bij een reisbureau naar binnen. Ja, ze bestaan nog. En gelukkig maar, dacht ik, want ik wilde me laten voorlichten over een verre bestemming, Nieuw Zeeland. Na uurtje grasduinen op internet zag ik door de bomen het bos niet meer. Een gelouterde medewerkster zou me vast kunnen helpen en uiteraard zou ik bij haar boeken zodra ze een geschikt ticket voor me wist te vinden. In de zaak was één jongedame aanwezig. Deze  medewerkster knikte me gedag en maakte een licht afwerend gebaar, waarmee ze mij  klaarblijkelijk om geduld verzocht. Ze was in een telefoongesprek verwikkeld, kennelijk met een bank: ze had het over het afsluiten van een persoonlijke lening. Na tien minuten bladeren in folders vertrok ik weer. De volgende dag kwam ik terug. Dit keer werd ik vriendelijk begroet door een oudere collega. Zij ging wél direct voor me aan de slag. Naast haar toetsenbord lag een aangebeten broodje van de Subway waar ze af en toe een smakelijke hap uitnam. Terwijl ze me een uitdraai aanreikte van de reismogelijkheden, pulkte ze wat met een tandenstoker in haar gebit. Het liefst zou ik nog een derde keer naar dit reisbureau teruggaan om hen uit te leggen waarom ik toch via internet heb geboekt maar, ik zet daar geen stap meer over de drempel. Bij deze dus, dames.


‘Pleur op!’

Nog zoiets. Gisteren stond ik tijdens het spitsuur bij AH in de rij – als negende. Bij de twee andere kassa’s die open waren, stonden ook lange rijen. Boven de kassa’s hing een bordje: ‘Bent u derde in de rij, dan openen wij een kassa erbij’. Pas toen ik aan de beurt was om te ‘mogen’ afrekenen, riep de cassière er een collega bij. En oh ja, vorige week, bij het kopen van een jas, kauwde de verkoopster kauwgom alsof haar leven ervan af hing. Wat denkt u? Ben ik nu een ouwe zeur die vindt dat alles vroeger beter was? Nee, ik ben een doodnormale klant die op een attente, fatsoenlijke en deskundige manier geholpen wil worden. Het heeft er echter alle schijn van dat winkeliers bij al hun bezuinigingsoperaties tot bloedens toe in het onderdeel service hebben gesneden. Of kent u soms nog zaken waar je níet door een puistige puber wordt bediend? Ik geef het toe, soms denk ik met enige weemoed terug aan de vervlogen tijden waarin winkeliers hun klanten nog koesterden, waarin verkopers op straat werden gegooid wanneer zij een klant onheus hadden bejegend. ‘Pleur op!’ zou onze MP zeggen.

Van harte failliet!

In beginsel wens ik niemand het faillissement toe, failliet gaan is verschrikkelijk. Maar, telkens als ik na een treurige ervaring een winkel verlaat, krijg ik de neiging om nog even mijn hoofd om de hoek te steken en de winkelier van harte failliet te wensen. Omdat hij niet beter verdient en omdat een klant wél beter verdient.

Robert Jan Blom

PS. Uiteraard zijn er ook goede winkeliers en enthousiaste verkoopmedewerkers.

Robert Jan Blom Wie is Robert Jan Blom
Robert Jan Blom is een toonaangevend deskundige op het terrein van ondernemerschap en faillissementen. Hij publiceerde 75 boeken over het ondernemerschap, waaronder een groot aantal werken die specifiek ingaan op het faillissement. zoals Failliet in de Praktijk (1992), Failliet, Het onderzoek (1996) en Faillissement, Surseance en Schuldsanering (2000). Daarnaast is hij gastdocent, spreker en commentator: geregeld treedt hij op bij radio- en tv-programma’s als Buitenhof, RTL-Z en het NOS Journaal. Blom is als vast columnist verbonden aan Faillissementsdossier.nl.

Volg het laatste nieuws en insolventies via Twitter
Volg het laatste nieuws en insolventies via Facebook
  • Binq Media B.V., Media Park, Locatie Heideheuvel H1, Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum, Nederland