Als geschiedenis de spiegel is van de toekomst, ziet het er somber uit voor de gulle geldschieters van de Grieken. Sinds het land onafhankelijk werd, heeft Griekenland meer dan de helft van zijn bestaan op het strafbankje van internationale wanbetalers doorgebracht, een prestatie die alleen door Angola, Ecuador en Honduras wordt overtroffen. Een geschiedenis.
Onmetelijke zwartgalligheid
‘Geschiedenis is filosofie die door voorbeelden wordt onderwezen’. Indien Thucydides, de Atheense historicus aan wie dit citaat wordt toegeschreven, gelijk heeft, welke wijze lessen mogen we dan trekken uit de geschiedenis van het Griekse financiële beleid? De beleidsvoorbeelden die Griekse leiders door de jaren heen hebben gegeven, leiden zonder omwegen tot de cyrenaici, een filosofische school die zich kenmerkte door onmetelijke zwartgalligheid. De ware cyrenaicus bezag zijn concurrent, de cynicus, als een naïeve rasoptimist. Van hun geestelijk leider, Hegesias van Cyrene, is bekend dat hij voorbijgangers aanklampte met de klemmende boodschap: ‘Verlos u zelf van lijden en droefheid, pleeg zelfmoord!’
‘Rechtvaardigheid gaat boven wetten’
Premier Alexis Tsipras deed tot op heden geen greep uit het citatenkabinet van Hegesius – hoewel het rijkelijk is gevuld. Zo schreef Hegesias onder meer het boek Dood door verhongering waarin hij het menselijk leed zo invoelbaar mogelijk trachtte weer te geven opdat zijn lezers in de schuur naar een touw op zoek zouden gaan. Wel haalde Tsipras onlangs Sophocles aan. ‘In Antigone, leerde Sophocles ons dat er tijden zijn waarin de rechtvaardigheid van mensen boven de wetten van mensen gaat. Dit is zo’n moment,’ aldus de Syriza-voorman. Het is natuurlijk gemakkelijk shoppen in de onuitputtelijke citatensupermarkt van de oude Grieken. Tsipras had even goed Plato kunnen citeren die schreef dat ‘mensen zonder wetten in niets verschillen van de allerwildste beesten.’ En omdat Plato’s invloed op de westerse staatsinrichting aanmerkelijk groter is dat die van de tragediedichter Sophocles, was het ook toepasselijker geweest om een paar woorden te plukken uit standaardwerken als De Republiek en De Wetten.
’s Wereld eerste staatsbankroet
Premier Tsipras mag zich graag op de borst roffelen omdat zijn land de democratie heeft uitgevonden en omdat Europa een Grieks woord is maar, hij kan zich er ook op laten voorstaan dat Griekenland ’s werelds eerste staatsbankroet boekstaafde. Al in vierhonderd voor Christus moest de Tempel van Delos, het in de cycladenarchipel gevestigde politieke en financiële centrum van die tijd, tachtig procent afschrijven op leningen die het had verstrekt aan tien stadsstaten – een herstructurering waarvoor Tsipras nu direct zou tekenen. Als de deal met Brussel alsnog klapt, kan hij zich wellicht laten inspireren door de werkwijze van Dionysos de Oudere. De leider van de stadsstaat Syracuse schonk de Grieken nog een financiële primeur, hij voerde als eerste een muntdevaluatie door. En wel, zoals het een tiran betaamt, tamelijk drastisch. Als gevolg van een reeks militaire campagnes, een exorbitante levensstijl en lage belastinginkomsten, was Dionysos niet meer in staat zijn schuldeisers te betalen. Zijn remedie was verbluffend eenvoudig: hij vroeg zijn burgers al hun drachmen in te leveren – op weigeren stond de doodstraf. Vervolgens liet hij munten van twee drachmen slaan. Voor één drachme kregen de burgers een geldstuk van twee drachmen terug. Opeens beschikte ze over dubbel zoveel geld en kon Dionysos zijn kredieten aflossen.
Betalingsonmacht
Maar laten we de Grieken niet sarren met verhalen uit de oude doos. Deze trieste mijlpalen zijn het onvermijdelijke resultaat van een lange geschiedenis die ook vele hoogtepunten kent. Zand erover, het is eerlijker naar de moderne geschiedenis te kijken. Helaas blijken de Grieken ook in de recente historie de sombere records aaneen te rijgen. De Amerikaanse Harvard-economen Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff, erkende wetenschappers als het gaat om sovereign defaults oftewel staatsfaillissementen, hebben berekend dat Griekenland tussen 1843 en nu meer dan de helft van de tijd in staat van betalingsonmacht heeft verkeerd, een omineuze prestatie die alleen door Angola, Ecuador en Honduras wordt overtroffen. Het land ging acht keer failliet maar die frequentie is zelfs voor Europese landen niet uitzonderlijk. In de afgelopen tweehonderd jaar ging Oostenrijk zeven keer failliet, Spanje zes keer en Duitsland vier keer. De Grieken onderscheiden zich door de tergend lange duur van hun surseances.
‘Mijn heren, helaas zijn we failliet’
In 1843, in de nasleep van de op de Ottomanen veroverde onafhankelijkheid, ging het voor de eerste keer mis. Om de prille natie overeind te helpen, leenden de regeringen van Engeland, Frankrijk en Rusland zestig miljoen drachme uit aan Athene. Het geld werd voornamelijk besteed aan het onderhoud van het leger en aan de peperdure hofhouding van koning Otto I, een Beierse operetteprins die als zeventienjarige de Griekse troon kreeg aangeboden bij gebrek aan betere kandidaten. Prins Frederik, de zoon van onze Willem I, had, net als vele anderen, bedankt voor de eer. Van terugbetalen kwam niets terecht. Gedurende decennia werden de Grieken van de internationale kapitaalmarkt buitengesloten. Nadat in 1878 ten slotte een akkoord werd bereikt met de schuldeisers, viel Athene binnen korte tijd aan dezelfde kwaal ten prooi. Het land stak zich opnieuw diep in de schulden, zozeer dat al in 1893 opnieuw een moratorium op afbetaling van buitenlandse kredieten moest worden afgekondigd. Premier Charilaos Trikoupis richtte zich tot het parlement met de historische woorden: ‘Mijn heren, helaas zijn we failliet.’
Zelfbedrog
De schuldeisers vormden een Internationale Financiële Commissie die het land jarenlang op een streng financieel dieet zette. In 1932 herhaalde dit scenario zich. Mede als gevolg van de Grote Depressie werden alle betalingen aan het buitenland opgeschort. Pas in 1964 kon het staatsfaillissement worden opgeheven. Inmiddels staan de Grieken voor 240 miljard in het krijt bij hun crediteuren en zijn er nog vele miljarden nodig om de huishouding enigszins op orde te krijgen. Wie het waagt de Grieken voor te houden dat hun historie hen met landen als Ecuador in het armenhuis samenbrengt en naar het waarom informeert, wordt steevast om de oren gemept met een Varoufakisiaans exposéover over het kleine arme volk dat de wereld democratie, filosofie en drama schonk. Pas wanneer deze fixatie op het mythische verleden plaats maakt voor enige realiteitszin kan er volgens analisten een eind komen aan het financiële zelfbedrog waar de Grieken ook in excelleren.