Actuele informatie over faillissementen en surseances

 

Euro-sceptici vs Euro-optimisten: wat kunnen we leren van andere eenheidsmunten?

Door:
Henk Hanssen
  |  6 augustus 2015
De euro kraakt in zijn voegen. Is het Griekse schuldendebacle het begin van het eind voor de eenheidsmunt of slechts een flinke hobbel op weg naar verdere versterking? Wat kunnen we leren van de pogingen die eerder zijn ondernomen om een eenheidsmunt te creëren?

Latijnse Muntunie (LMU)

Van 1866 tot 1927

Ook in de negentiende eeuw streefden Europese landen er al naar hun  wederzijdse handel te vereenvoudigen. Frankrijk, Italië, Zwitserland en België namen het initiatief. In 1866 spraken deze landen af dat hun munten ook in andere landen als wettig betaalmiddel konden worden gebruikt – zonder dat er een wisselkantoor aan te pas kwam. In die tijd werden alle munten nog uit zilver en goud gemaakt. Door precies vast te leggen in welke goud- en zilververhoudingen de francs en de lires werden geslagen, zou de onderlinge waarde van de munten gelijk blijven. Aanvankelijk oogstte deze Latijnse Muntunie veel enthousiasme. Griekenland sloot zich bij de unie aan, een reeks andere landen, waaronder Spanje, Roemenië, Bulgarije en Servië, adopteerde  het systeem zonder formeel lid te worden. Nederland wachtte af en, zoals al snel bleek, met reden. De Grieken (sic) verminderden in het geniep de hoeveelheid goud in de drachme zodat ze goedkoper uit waren en bij een ruil munten met een hogere goudwaarde ontvingen. Nota bene Kardinaal Antonelli, de schatkistbewaarder van Vaticaanstad dat ook onderdeel was de LMU, bezondigde zich aan dezelfde praktijk. De voortdurend fluctuerende prijzen van de edelmetalen vormden een ander probleem. Mede door alle politieke verwikkelingen stond de LMU aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog op instorten. In 1927 werd de unie officieel opgeheven.

Scandinavische Muntunie

Van 1873 tot 1914

Aangemoedigd door het initiële succes van de LMU, kopieerden Zweden, Denemarken en Noorwegen dit voorbeeld. Voor de drie kronen werd een vaste koersverhouding afgesproken gebaseerd op hun waarde in goud. In 1914 liet Zweden de gouden standaard los waarmee de unie het onderspit dolf.

BLEU

Van 1921 tot nu

Ondanks zijn wat ongelukkig gekozen naam, is de BLEU allesbehalve een blauwtje. Met enig recht van spreken mag de Belgisch-Luxemburgse Economisch Unie zich zelfs een proeflaboratorium van de euro noemen. De introductie van de Europese eenheidsmunt heeft de betekenis van de BLEU weliswaar deels weggevaagd, decennialang bewezen België en Luxemburg de levensvatbaarheid van de muntunie-gedachte. Van 1921 tot 2002 waren de Belgische en Luxemburgse franc aan elkaar gekoppeld, een pauze rond de Tweede Wereldoorlog daargelaten. De naar Londen gevluchte regeringen smeedden tijdens de oorlog een samenwerking met Nederland die uitmondde in de Benelux.

CFA-Frank

Van 1945 tot nu

WO-2 baarde nog een geslaagde muntunie, de Franc des Colonies d’Afrique, tegenwoordig de Communauté française d’Afrique genaamd oftewel de CFA. Om de Franse koloniën te behoeden voor de inflatie waar het moederland onder zuchtte, voerde Parijs in december 1945 de CFA in. Tegenwoordig bestaan er twee versie van de CFA-frankL: een franc wordt uitgegeven door de monetaire unie van West-Afrika waarin zich acht landen hebben verenigd (onder meer Mali, Niger, Senegal), de andere franc door de zes landen die behoren tot de muntunie van Centraal-Afrika, waar onder meer Kameroen, Tsjaad en Gabon toe behoren. In beide zones is de waarde van de CFA gekoppeld aan de euro. Ondanks de grote culturele en economische verschillen tussen de deelnemende landen, hechten de CFA-landen aan de macro-economische stabiliteit die door de munt wordt gewaarborgd.

Andere muntunies

Van de drachme, oh ironie, de muntunie van het oude Griekenland en de Romeinse denarius, de zilveren munt die eeuwenlang in het Romeinse Rijk werd gebruikt, via het papiergeld dat de Engelse koloniën in de VS uitgaven tot de zilveren thaler van de Duits-Oostenrijkse muntunie uit de negentiende eeuw. Het kerkhof van de monetaire geschiedenis staat vol met grafzerken van voorouders van de euro die bezweken onder hun ambities. Voor de muntunie die het kortste leven leidde, is pas recent een kuil gegraven. De arme pegel werd niet ouder dan 38 dagen. Tsjechië en Slowakije, die op 1 januari 1993 aan hun leven als afzonderlijke staat begonnen en hadden besloten hun gezamenlijke munt, de kroon, te handhaven, stapten op 8 februari alweer van  hun voornemen af. Reden: Tsjechië stond er economisch veel beter voor dan Slowakije dat een devaluatie wilde doorvoeren.

OCA-criteria

Eurosceptici dwalen graag rond op de financiële dodenakker, terloops wijzend op muntnamen die alleen archeologen nog iets zeggen en grinnikend om politieke leiders die droomden dat hun in zilver en goud geslagen smoel dagelijks door miljoenen handen zou gaan. Nee, betogen zij, een muntunie kan alleen slagen als er tussen de deelnemende landen werkelijk sprake is van vrijhandel, een zo homogeen mogelijke economie en een gezamenlijk fiscaal beleid. Economen spreken in dit verband van de OCA-criteria, de Optimum Currency Area-maatstaven waar een geografische regio aan moet voldoen wil een eenheidsmunt kans van slagen hebben. Overbodig te zeggen dat de eurozone slechts voor de helft voldoet aan deze normering. Conclusie: de euro zal vroeg of laat mislukken, stellen zij.

Politieke wil geeft de doorslag

Euro-optimisten, ja, die zijn er ook, kijken met een ruimere blik naar de historische voorbeelden en, uiteraard, met name naar de muntunies die níet in gewijde grond zijn afgezonken. Naar de CFA-franc en de Indiase roepie die ondanks de enorme economische discrepanties tussen de vele Indiase regio’s blijft functioneren. Volgens de optimisten is er een ander belang dat boven de OCA-criteria uitstijgt, een conditie die werkelijk de doorslag geeft: politieke wil. ‘De geschiedenis leert dat een muntunie vrijwel nooit als OCA begint en bovendien een eigen, zichzelf versterkende dynamiek kent,’ noteerde Peter Rodenburg, econoom aan de Amsterdamse UvA, eind vorig jaar in een artikel. Hij wees erop dat ook de dollar lange tijd verscheurd dreigde te worden door de economische ongelijkheid tussen de Amerikaanse staten: alleen dankzij onverbiddelijke politieke wil wist de munt zich te handhaven. ‘Zolang regeringsleiders geen twijfel kennen, lopen ook muntunies die niet aan alle criteria van de OCA voldoen nauwelijks gevaar,’ stelde Rodenburg. Toegegeven, de vastberadenheid van de Europese leiders wordt zwaar op de proef gesteld door de Griekse crisis maar vooralsnog is er niet één land dat heeft aangekondigd de eurozone te willen verlaten of af te zien van toekomstige deelname. Zelfs het Griekse volk verkiest, ondanks de geëiste hervormingen, lidmaatschap van de muntunie boven een Alleingang met de drachme.


Volg het laatste nieuws en insolventies via Twitter
Volg het laatste nieuws en insolventies via Facebook
  • Binq Media B.V., Media Park, Locatie Heideheuvel H1, Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum, Nederland