Actuele informatie over faillissementen en surseances

 

Nederlandse ondernemers zijn aanmodderfakkers

Door:
Robert Jan Blom
  |  11 maart 2015
Tegen beter weten in wachten duizenden ondernemers op betere tijden. Waarom grijpen ze niet eerder in? Waarom ontslaan ze niet een paar mensen zodat de onderneming kan blijven voortbestaan? Onze columnist Robert Jan Blom legt uit waarom teveel ondernemers met verve hun rol als aanmodderfakker kunnen blijven spelen.

Internetdrukkers als demonen

Uit de vele praktijkvoorbeelden waar ik uit kan kiezen, neem ik het (geanonimiseerde) geval van de Waddinxveense ondernemer Cor Werner. Zijn drukkerij draait niet lekker. Werner kan er zijn vinger niet precies op leggen, maar hij vermoedt dat zijn klanten steeds vaker uitwijken naar de internetdrukkers die de laatste jaren zijn opgekomen. Drukwerkdeal, Directprinting, Drukwerkland – Werner  kan hun namen dromen. Als demonen dansen ze over zijn beeldscherm, steeds weer opduikend in advertenties van Google waar ze een vermogen aan moeten spenderen. Dat zijn concurrenten een zeer beperkte keuze bieden in formaat en papiersoorten,  nemen Werners klanten kennelijk voor lief. Hij ziet zijn omzet elk jaar verder krimpen, noteert hoe de netto winst verslechtert en de schuldenlast omhoog kruipt. En intussen lopen de vaste lasten, met de salarissen van zijn vijf medewerkers als grootste post, gewoon door. Als de schuld de kredietlimiet overstijgt, begint de bank te bellen. Wat kan hij doen? In elk geval wil hij niemand ontslaan, dat kan hij niet over zijn hart verkrijgen. Hij is groot geworden met zijn medewerkers, komt bij hen op visite, met sommigen van hen is hij goed bevriend.

Maatregelen

Een half jaar later valt het besluit, zonder dat Werner er zelf iets voor hoeft te doen. Een papierleverancier bij wie hij vier maanden eerder voor het eerst een bestelling had geplaatst, wil niet langer op zijn geld wachten en vraagt het faillissement van de drukkerij aan. Als de rechter door het dossier bladert en de ondernemer de vraag voorlegt welke maatregelen hij heeft genomen om zijn bedrijf overeind te houden, staat Werner met de mond vol tanden. En wanneer de curator de dag daarop tegenover hem zit en zijn jaarrekeningen bekijkt, is hij verbaasd. ‘Je had toch de boel kunnen redden door twee mensen te laten gaan?’ stelt hij. ‘Waarom heb je daar niet voor gekozen?’ Werner legt uit dat zijn personeel een hechte club is die al jaren lief en leed met elkaar deelt. ‘Begrijp ik,’ reageert de curator. ‘Maar als je er twee had ontslagen, hadden er drie hun baan kunnen behouden en had jij je bedrijf nog gehad. Nu zit iedereen thuis en zitten jullie allemaal in de sores, jij zelf voorop!’

Weg met die doos Kleenex!

Voor Werner rest een schrale troost: de wetenschap dat hij niet alleen staat in zijn worsteling. Dagelijks kampen duizenden ondernemers in ons land met de dilemma’s waar hij zich voor geplaatst zag. Ook zij staan toe dat het faillissement als een roofdier hun bedrijf binnensluipt en geduldig wacht op het moment waarop het toe kan slaan. Eigenlijk zouden deze ondernemers naar een workshop moeten worden gestuurd om te leren hoe zij met droge ogen naar hun eigen boekhouding kunnen kijken. Weg met die doos Kleenex! Afgelopen met die sentimenten over hoe het allemaal ooit is begonnen! Op een ferme manier afscheid nemen van enkele medewerkers hoort óók bij het ondernemerschap, zeker als je daarmee andere banen én je eigen toko kunt redden. Een kordate cursus is eens te meer noodzakelijk omdat ondernemers van de Nederlandse wetgever erg lang mogen aanmodderen. In Duitsland en Frankrijk ligt dat anders. Bij onze oosterburen mag het vermogen niet kleiner zijn dan de lopende schulden. Zodra deze situatie van Überschuldung intreedt, is de ondernemer verplicht uiterlijk binnen drie weken zijn faillissement aan te vragen. Laat hij dat na, dan is hij persoonlijk aansprakelijk voor de schulden en riskeert hij zelfs gevangenisstraf. Het Franse recht kent reeks procedures voor  vroegtijdige waarschuwingen, schikkingen en saneringen die gericht zijn op ingrijpen ter wille van bedrijfsbehoud.

Aanmodderfakkers

Hoe het bij ons zit? In Nederland kan de accountant constateren dat het helemaal misloopt bij een klant en vervolgens overgaan tot de orde van de dag. Het is niet voor niets dat we telkens weer in de krant moeten lezen dat deze dure pakkendragers de ogen toeknijpen bij ondernemingen die diep in het rood zijn weggezonken. In veel andere landen mogen accountants het niet bij hun controlerende taak laten. Als zij bij de jaarlijkse boekencontrole vaststellen dat er sprake is van een problematische schuldensituatie, moeten zij dat rapporteren: de onder schulden zuchtende ondernemer is daarop verplicht zich te melden bij de rechtbank die kan besluiten het bedrijf wel of niet failliet te verklaren. Omdat aanmodderende ondernemers op deze manier sneller worden opgespoord, weten schuldeisers zich beter beschermd, blijft het verlies van werkgelegenheid beperkt en kan de schuld niet onnodig blijven stijgen. De Nederlandse wet biedt ondernemers teveel ruimte als aanmodderfakkers te blijven doorrommelen. En dat is helaas geen film maar werkelijkheid.

Robert Jan Blom


Volg het laatste nieuws en insolventies via Twitter
Volg het laatste nieuws en insolventies via Facebook
  • Binq Media B.V., Media Park, Locatie Heideheuvel H1, Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum, Nederland