De rechters in Utrecht die deze week de dagvaarding van de familie Ter Haar tegen Rabobank in ontvangst namen, zullen met argusogen kijken naar hun collega’s in Amsterdam. Op 14 januari vellen zij een vonnis over een schadeclaim van honderd miljoen euro die is ingediend tegen ABN Amro. De afdeling Bijzondere Kredieten van de bank zou in 1999 ten onrechte het bedrijf Pharma Bio-Research failliet hebben laten gaan door de kredietfaciliteit in te trekken.
Miljoenenverlies
Pharma Bio-Research uit het Drentse Zuidlaren, opgericht door Ineke en professor Jan Jonkman, hield zich bezig met onderzoek naar de effecten van nieuw geneesmiddelen op mensen. Hoewel de onderneming grote pharmaceutische bedrijven als klant had, belandde het aanvankelijk in de rode cijfers: in 1998 verscheen een miljoenenverlies in de boeken. Begin 1999 werd het bedrijf onder toezicht van de afdeling Bijzondere Kredieten van ABN Amro geplaatst. In mei 1999 stopte de bank de kredietverlening, een maand later moest surseance worden aangevraagd, korte tijd later volgde het faillissement.
Succesvolle doorstart
Ineke Jonkman en haar (inmiddels ex-) man Jan hebben altijd volgehouden dat hun bedrijf ten onrechte de nek om is gedraaid. Met behulp van een investering van participatiemaatschappij Trimoteur maakte Pharma Bio-Research een succesvolle doorstart als PRA Health Services. Een paar jaar later werd de onderneming verkocht voor negentig miljoen euro. Omdat zij vindt dat hen ‘groot onrecht is aangedaan’ sleepte Ineke Jonkman, die wordt bijgestaan door bedrijfsonderzoeker Pieter Lakeman, ABN Amro alsnog voor de rechter. Tijdens de zitting op 9 oktober 2014 spraken partijen af in overleg te gaan over een schikking. Wanneer zij het niet eens konden worden, zou de rechter op 14 januari 2015 een oordeel vellen. Lakeman heeft laten weten dat partijen niet tot overeenstemming zijn gekomen.
Bijzonder Beheer in beklaagdenbank
De uitspraak van volgende week woensdag past in de trend dat de afdelingen Bijzonder Beheer van de grootbanken steeds vaker in een verdacht daglicht komen te staan. Ondernemers die door de banken op de huid worden gezeten, schamen zich er niet meer voor hun ongenoegen kenbaar te maken. In april 2014 vroeg het CDA-Kamerlid Eddy van Hijum aan minister Dijsselbloem om opheldering over de methoden waarmee banken cliënten die in zwaar weer verkeren op de pijnbank leggen. Van Hijum kwam in het geweer naar aanleiding van een explosief rapport uit Engeland waaruit bleek dat de Royal Bank of Scotland (RBS) kleine en middelgrote ondernemers uit puur winstbejag overhevelde naar haar Global Restructuring Group – het equivalent van de Nederlandse afdeling Bijzonder Beheer. Eenmaal onder curatele kon aan de geplaagde klanten hogere tarieven worden berekend en werden zij gedwongen hun vastgoed tegen weggeefprijzen aan de bank te verkopen.
Onderzoek Autoriteit Financiële Markten
Van een ziekenboeg voor kwakkelende bedrijven ontwikkelde de Global Restructuring Group zich tot een van de meest profijtelijke onderdelen van RBS. Kamerlid Van Hijum legde de minister de vraag voor of ook Nederlandse banken zich schuldig maken aan dergelijke praktijken. Aanvankelijk zag Dijsselbloem geen reden tot nader onderzoek maar in oktober 2014 gaf hij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toch opdracht de afdelingen Bijzonder Beheer onder het vergrootglas te leggen. Dit verkennend onderzoek wordt 1 april aanstaande afgerond. Twee weken later, op 16 april, houdt de Tweede Kamer een hoorzitting over het onderwerp.