Een groeiende groep Nederlanders met betaald werk verwacht dat kunstmatige intelligentie (AI) een steeds grotere rol zal spelen in hun dagelijkse werkzaamheden. Volgens het onderzoek Belevingen 2025 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) denkt 41 procent van de werkenden dat AI hun baan deels kan overnemen. Nog eens 4 procent gaat ervan uit dat hun werk zelfs volledig door AI kan worden uitgevoerd.
Opvallend is dat vooral hbo- en wo-opgeleiden en jongvolwassenen vaker dan gemiddeld denken dat AI hun werk (deels) kan doen. Toch leidt dat besef niet automatisch tot meer onrust bij deze groepen.
Wie met AI werkt, ziet de impact sterker
AI is inmiddels geen abstract begrip meer voor veel werknemers. Ruim vier op de tien volwassenen met betaald werk (43 procent) gebruiken AI al bij hun werkzaamheden. Dat gebruik lijkt samen te hangen met hoe men naar de toekomst kijkt.
Van de werkenden die AI inzetten, denkt 56 procent dat hun baan geheel of gedeeltelijk vervangen kan worden. Onder werknemers die geen gebruikmaken van AI ligt dat aandeel met 37 procent aanzienlijk lager. Andersom geldt ook: wie nog niet met AI werkt, is vaker van mening dat zijn of haar werk niet door technologie kan worden overgenomen.
Het directe contact met de technologie lijkt dus het bewustzijn over de mogelijkheden – en beperkingen – van AI te vergroten.
Zorgen vooral onder vrouwen
Bijna de helft van de volwassenen die denken dat AI hun werk kan overnemen, maakt zich daar in meer of mindere mate zorgen over. Acht procent zegt zich veel zorgen te maken, 40 procent een beetje.
Hoewel mannen en vrouwen even vaak verwachten dat AI hun werk kan uitvoeren, verschillen zij in hun mate van bezorgdheid. Vrouwen geven vaker aan zich zorgen te maken over de gevolgen voor hun baan.
Jongeren tussen de 18 en 25 jaar zien relatief vaak een rol voor AI in hun werk, maar zij liggen qua zorgen niet boven het gemiddelde. Ook hogeropgeleiden achten de kans groter dat AI hun werk kan doen, zonder dat zij zich daar opvallend meer zorgen over maken dan middelbaar of lager opgeleiden.
Breed gedragen verwachting: banen verdwijnen
Niet alleen werkenden, maar volwassenen in het algemeen voorzien duidelijke gevolgen van AI voor de arbeidsmarkt. Driekwart (75,4 procent) denkt dat bepaalde banen zullen verdwijnen door de opkomst van kunstmatige intelligentie. Nog eens 17,7 procent acht dat mogelijk. Slechts een zeer kleine minderheid – 2,2 procent – verwacht dat dit niet zal gebeuren.
Daarnaast denkt 64 procent dat AI zal leiden tot verlies van kennis en vaardigheden bij personeel. Bijna een kwart (23 procent) houdt die mogelijkheid open. De vrees dat ervaring en expertise minder belangrijk worden, leeft dus breed.
Ook over de inhoud van het werk bestaan twijfels. Zo denkt 48,4 procent dat AI sommige werkzaamheden minder interessant zal maken. Daar staat tegenover dat 35,1 procent dit als een mogelijke ontwikkeling ziet, zonder daar zeker van te zijn.
Efficiënter werken, maar geen wondermiddel
Tegelijkertijd overheerst niet uitsluitend pessimisme. Meer dan de helft van de volwassenen (57 procent) verwacht dat AI de productiviteit kan verhogen doordat taken sneller worden uitgevoerd. Een derde (33,5 procent) denkt dat dit misschien het geval is.
Minder uitgesproken zijn de verwachtingen over het oplossen van personeelstekorten. 46,2 procent denkt dat AI kan bijdragen doordat minder mensen nodig zijn, terwijl 36,4 procent dit als een mogelijkheid ziet. Een kleinere groep – 11,4 procent – gelooft daar niet in.
Ook het overnemen van onveilige banen wordt genoemd als potentieel voordeel. 40,7 procent denkt dat AI dit kan realiseren, 37,4 procent acht het mogelijk. Daarmee leeft het idee dat technologie risicovolle werkzaamheden kan overnemen, maar bestaat er nog aanzienlijke onzekerheid over de daadwerkelijke impact.