In de periode 2021–2023 heeft iets meer dan 5 procent van de middelgrote en grote bedrijven in Nederland een deel van hun activiteiten naar het buitenland verplaatst. Dat komt neer op ongeveer één op de twintig bedrijven en is vergelijkbaar met de jaren daarvoor. Kostenbesparing blijft de belangrijkste drijfveer, zo blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Het onderzoek richtte zich op bedrijven met minimaal vijftig werkzame personen in de nijverheid, energie en commerciële dienstverlening. Ondernemingen die volledig uit Nederland zijn vertrokken, zijn buiten beschouwing gelaten; het gaat uitsluitend om bedrijven die slechts een deel van hun werkzaamheden elders onderbrachten.
Kosten en personeel als doorslaggevende factoren
In totaal verplaatsten circa 600 bedrijven activiteiten naar het buitenland. Daarnaast gaven nog eens ongeveer 200 bedrijven aan dit serieus te hebben overwogen. Lagere loonkosten spelen daarbij een centrale rol, net als andere vormen van kostenreductie en strategische keuzes die op concernniveau worden gemaakt. Ook het tekort aan geschikt personeel in Nederland blijft voor veel bedrijven een belangrijke aanleiding.
Factoren zoals sancties tegen Rusland, de gevolgen van de coronapandemie en milieubeleid werden door bedrijven beduidend minder vaak genoemd als reden om activiteiten te verplaatsen.
Tegelijkertijd zijn er ook duidelijke drempels. Wettelijke en administratieve belemmeringen, evenals onzekerheid over de kwaliteit van producten of diensten die in het buitenland geleverd zouden worden, zijn veelgehoorde redenen om juist níét te verhuizen.
Administratie en management het vaakst verhuisd
Bedrijven beperken zich zelden tot één type activiteit of één bestemming. Vooral administratie en management worden relatief vaak naar het buitenland verplaatst: 54 procent van de verplaatsende bedrijven gaf aan deze werkzaamheden te hebben verhuisd. Ook productieactiviteiten (33 procent) en functies in marketing, sales en klantenservice (30 procent) worden regelmatig verplaatst. ICT-diensten volgen met 26 procent, terwijl engineering, R&D en transport en logistiek elk door ongeveer 17 tot 18 procent van de bedrijven worden genoemd.
Europa blijft belangrijkste bestemming
Net als in eerdere jaren blijven de meeste activiteiten binnen Europa. Van de bedrijven die verplaatsten, koos 68 procent voor een andere EU-lidstaat. Het Verenigd Koninkrijk blijft eveneens een populaire bestemming, met 20 procent, vooral voor management-, administratieve en commerciële functies.
Buiten Europa springen India en Noord-Amerika eruit, waar respectievelijk 17 en 16 procent van de verplaatsende bedrijven activiteiten naartoe bracht. China wordt minder vaak gekozen (8 procent) en is vooral in beeld voor productieactiviteiten. India wordt juist veel genoemd voor administratie, management en ICT-diensten. Daarnaast gaf 35 procent van de bedrijven aan activiteiten te hebben verplaatst naar andere, uiteenlopende regio’s.
ICT-sector koploper, industrie volgt
Relatief gezien verplaatst de ICT-sector het vaakst activiteiten naar het buitenland: 14 procent van de bedrijven in deze sector deed dit in de onderzochte periode. De industrie volgt met 7 procent. In absolute aantallen zijn het echter vooral industriële bedrijven (165) en ondernemingen in de groot- en detailhandel (120) die activiteiten verplaatsten. De ICT-sector telt in totaal 115 verplaatsende bedrijven.
Binnen sectoren als delfstoffenwinning, energie, waterbeheer, afvalverwerking en de bouwnijverheid blijft het aantal verplaatsingen beperkt, wat wijst op een sterkere binding aan de Nederlandse locatie.