Omdat politiek en vakbonden er niet helemaal uitkomen, neemt onze columnist Robert Jan Blom vandaag het initiatief. Hij presenteert vier radicale beleidsvoorstellen om het getouwtrek rond zzp’ers voor eens en altijd op te lossen. ‘Welke maatregel kiest u, minister Koolmees? Ze werken stuk voor stuk, gegarandeerd.’
Zelfstandigen zonder pensioen
Natuurlijk heb ik in deze column eerder over zzp’ers gesproken. Zzp’ers zijn zelfstandigen zonder personeel – én zonder pensioen. Eigenlijk zouden ze ZZpp’ers moeten worden genoemd. Enkele decennia geleden tuigde de overheid een tweesporenbeleid op om het zzp-schap te stimuleren. Werklozen werden aangespoord een onderneminkje te beginnen; ondernemingen om mensen met een vaste betrekking als zzp’er te laten werken. Dit beleid is een succes. En dat is een understatement. Volgens cijfers van het CBS en de KvK telde Nederland op 1 januari van dit jaar 1.237.734 zzp’ers.
Gunstig werkloosheidsplaatje
De zzp-promotie had het voordeel dat het vaderlandse werkloosheidsplaatje er veel gunstiger uit kwam te zien. Heden ten dage pronken onze politici in de Brusselse wandelgangen met een zeer laag werkloosheidscijfer. Met een werkloosheidspercentage van 3,5 procent (Eurostat, april 2019) hoeft Nederland in Europa alleen Duitsland (3,2 procent) en Tsjechië (2,5 procent) voor te laten gaan. In werkelijkheid verdienen wij deze hoge notering helemaal niet. Ook al hebben al die zzp’ers apetrots ‘directeur’ op hun visitekaartjes laten drukken, het werk stroomt allesbehalve vanzelf naar hen toe.
Bijna een half miljoen zzp’ers zit thuis
Naar schatting zitten tenminste vierhonderdduizend zzp’ers thuis op de bank te wachten op lucratieve opdrachten - die nooit zullen komen. Een ander (eveneens omvangrijk) deel der zzp’ers weet zich weliswaar te redden maar kan zich niet meer uitgaven dan een doorsnee werkloze permitteren. Het ontbreekt hen aan een pensioenregeling en noodzakelijke verzekeringen. In economische zin zijn honderdduizenden zzp’ers failliet. Zij worden alleen niet zo genoemd omdat ze te weinig verdienen en omdat het teveel tijd, moeite en geld kost om hen daadwerkelijk failliet te verklaren.
Zzp’ers moeten meer gaan verdienen
Maar er is hulp onderweg. De regering heeft laatst besloten dat zzp’ers méér moeten gaan verdienen, minstens € 16 per uur. Bij een 36-urige werkweek komt dat neer op een maandsalaris van € 2500. Inderdaad kun je daar beter van leven dan van een bijstandsuitkering. De regering laat het daar niet bij. Zzp’ers worden straks ook verplicht een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Daarmee zijn we uit de problemen, nietwaar?
Concurrentie is enorm
Helaas niet. Er zijn talloze zzp’ers die dat riante uurtarief meteen kunnen vergeten. Waarom? Simpel. Omdat opdrachtgevers liever een lager uurloon betalen. Omdat de concurrentie onder zzp’ers enorm is. Met alle maatregelen die zijn genomen om van werklozen zzp’ers te maken, heeft de overheid zich in eigen voet geschoten. Want die zzp’er, dat is ‘gewoon’ een zelfstandig ondernemer waar minister Koolmees nog minder grip op heeft dan op een stuk badkamerzeep.
Vier rake maatregelen
Omdat ik de beroerdste niet ben en omdat de problemen buitengewoon urgent zijn, doe ik het kabinet vier rake ideeën aan de hand om het gedoe rond zzp’ers voorgoed op te lossen. Welke maatregel kiest u, minister Koolmees? Ze werken stuk voor stuk, gegarandeerd.
- De Staat neemt alle zzp’ers in dienst en betaalt hen dat minimuminkomen van € 2500 per maand;
- De Staat verklaart alle zzp’ers failliet die zich rond de armoedegrens bevinden;
- De Staat betaalt voor elk zzp’er de premies voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- De Staat verklaart alle zzp’ers die minder dan € 1000 per maand verdienen weer werkloos in de geest van de werkloosheidswet.
Ik zie uit naar uw reactie.
Robert Jan Blom