The Hague Institute for Global Justice moest een internationaal gerenommeerde denktank worden die Den Haags positie als vredeshoofdstad van de wereld verder zou versterken. Ruim zeven jaar en twintig miljoen euro belastinggeld verder gaat het instituut ten onder te midden van gekrakeel, veronachtzaamde accountantsrapporten en een twijfelachtige rol voor de man die het allemaal liet gebeuren, aanstaand Schiphol-bestuursvoorzitter Dick Benschop.
De Nieuwe Loek Hermans?
Is Dick Benschop de nieuwe Loek Hermans? Wordt ook hij straks dwarsgezeten door een spook uit het verleden? Op 1 mei begint Benschop, een in Haagse kringen gepokt en gemazelde PvdA-coryfee, aan zijn nieuwe job als bestuursvoorzitter van Schiphol. Maar nu blijkt dat hij in de aanloop naar deze topjob nog heel wat uit te leggen heeft over zijn functioneren bij zijn vorige baan als voorzitter van de Raad van Toezicht van The Hague Institute for Global Justice (afgekort als het IGJ). Ondanks zeer kritische accountantsrapporten en talloze klachten van personeelsleden liet Benschop toe dat binnen enkele jaren twintig miljoen euro aan overheidsgeld werd verbrand aan bureaustoelen van drieduizend euro, peperdure taxiritjes, imposante congressen en vooral: aan een directeur die het instituut naar de ondergang leidde.
Ontluisterend beeld
‘Bal van verdampte miljoenen,’ zo kopt De Volkskrant vandaag boven een groot artikel waarin de gang van zaken binnen het IGJ aan de hand van vertrouwelijke documenten en interviews met voormalige medewerkers messcherp wordt gefileerd. ‘Een luchtkasteel voor vrede,’ kopt De Groene Amsterdammer deze week in een vergelijkbare reconstructie. Beide media schetsen een ontluisterend beeld van ambitieuze bestuurders die weigeren te doen waarvoor ze zijn aangesteld: ingrijpen wanneer het misgaat. Aan het idee lag het niet. Wanneer burgemeester Jozias van Aartsen in 2009 plannen laat uitbroeden om in Den Haag een denktank voor internationale vredesvraagstukken te vestigen krijgt hij al gauw de handen op elkaar. Na het nodige lobby- en presentatiewerk kan het IGJ rekenen op een goedgevulde subsidiepot van twintig miljoen euro, waaronder 17,5 miljoen van Economische Zaken.
Gouden tip
In de zomer van 2011 wordt de Ridderzaal afgehuurd voor de aftrap. Van Aartsen spreekt gloedvolle woorden over het belang van vrede en gerechtigheid ten overstaan van een publiek waarin zich onder meer prinses Margriet, minister Maxime Verhagen namens het gulle EZ en Madeleine Albright bevinden. De Amerikaanse ex-minister van Buitenlandse Zaken die bereid is gevonden als voorzitter van de adviesraad van het IGJ te fungeren, heeft een gouden tip voor Van Aartsen: Abi Williams is de perfecte kandidaat voor de vacante directeursstoel. Een inmiddels 56-jarige Afrikaan, geboren in Sierra Leone, die onder Kofi Annan en Ban Ki-moon tal van hoge functies bij de VN heeft bekleed. Albright kent Williams al ‘meer dan 25 jaar als en gewaardeerde collega en vriend,’ noteert De Groene. Van Aartsen en de zijnen aanvaarden het advies met grote dank en stellen Williams in januari 2013 als directeur aan.
Buitensporige declaraties
Een kostbare misrekening, zo blijkt al snel. In De Volkskrant vertellen oud-medewerkers over de ‘vijandige werkomgeving’ die Williams creëert, over bedreiging van een vrouwelijke collega, schofferende schreeuwpartijen en buitensporig declaraties aan businessclass vluchten en taxiritjes. Bovendien is zijn salaris zó hoog dat Williams zijn cruciale rol als fondsenwerver niet optimaal kan spelen: de beleidsregels van sommige ngo’s beletten samenwerking met een instituut dat wordt geleid door een grootverdiener als Williams. Het IGJ wordt dan ook al gauw geplaagd door een gat in de begroting.
Knallende ruzie
Ondanks een knallende ruzie met een zakelijk directeur die naast hem wordt aangesteld, een stroom aan klachten, vertrekkende personeelsleden, het financiële tekort en alarmerende accountantsrapporten van onder meer PwC, laat de Raad van Toezicht na om in te grijpen. Integendeel, in 2016 wordt de arbeidsovereenkomst van de opzichtig falende Williams zelfs verlengd. Het eind van het instituut is dan al in zicht: de subsidiepotten drogen op en de denktank blijkt niet in staat om, zoals beoogd, zelf geld te werven bij clubs als de Wereldbank, de EU en het bedrijfsleven. ‘De les is dat ik eerder had moeten ingrijpen,‘ erkent Benschop in De Volkskrant.