De grote verschillen in het aantal faillissementen dat Nederland jaarlijks treft, hebben een negatieve invloed op de economische ontwikkeling. Dit stelt het onderzoeksbureau van de Amsterdamse kredietverzekeraar Atradius in een rapport dat vandaag verschijnt.
Laagconjunctuur hield lang aan
In verhouding tot de ons omliggende landen telt Nederland relatief grote schommelingen in faillissementen. Tussen 2008 en 2017 lag de volatiliteit in het aantal faillissementen in Nederland twee keer zo hoog als in België, tweeënhalf keer zo hoog als in Duitsland en meer dan drie keer zo hoog als in Oostenrijk en Frankrijk. Het jaarlijkse aantal faillissementen in Nederland nam toe van 6.847 in 2008 naar 12.449 in 2013. Na 2014 begonnen de faillissementen weer te dalen.
Stabieler verloop
In de omringende landen was sprake van een veel stabieler faillissementsverloop. ‘De periode van laagconjunctuur na de financiële crisis hield in Nederland lang aan,’ zegt Theo Smid, econoom bij Atradius. ‘Hierdoor liepen de faillissementen en werkloosheid sterk op, met negatieve gevolgen voor de economische groei op lange termijn. Nu bevinden we ons in een opgaande fase van de conjunctuur: de groei van het bbp trekt in ons land sneller aan dan in omliggende landen. Maar het kost nog altijd moeite om de schade van de crisis ongedaan te maken. Zo ligt het aantal langdurig werklozen in Nederland nog altijd ver boven het niveau van voor de crisis.’
Beleid meer stabiliserend laten werken
Het CPB becijferde dat de opeenvolgende kabinetten tussen 1970 en 2014 voornamelijk een procyclisch begrotingsbeleid hebben gevoerd. De bewegingen van de economische conjunctuur worden hierdoor juist versterkt in plaats van gedempt: crisissen verdiepen zich, bij oplevingen marcheer je mee in de voorste rij. Volgens Atradius is dit beleid aan herziening toe. Smid: ‘Idealiter gaat begrotingsbeleid juist tégen de conjunctuurbeweging in – anticyclisch - zodat de onzekerheid bij bedrijven en huishoudens zo klein mogelijk blijft. De politieke realiteit en de onvoorspelbaarheid van de conjunctuur maken het in de praktijk moeilijk om gedurende alle jaren een consequent anticyclisch beleid te voeren. Daarom zou de overheid in economisch goede tijden moeten streven naar een ruim begrotingsoverschot.’
Overschot
Aanvankelijk reageerde Den Haag op de financiële crisis met een ruim fiscaal beleid maar vanaf 2011 werd er voor miljarden bezuinigd omdat het begrotingstekort tot boven de drie procent van het bbp uit groeide. Deze maatregelen hebben de binnenlandse recessie in 2012 en 2013 versterkt. Atradius is positief over het overschot dat inmiddels op de rijksbegroting is ontstaan. Wel maakt de kredietverzekeraar zich zorgen over grote hypotheekschulden die veel Nederlandse huishoudens kennen. In het rapport wordt gepleit voor het macro-prudentieel beleid dat onder meer in Canada en Zuid-Korea – waar de leennormen zijn gekoppeld aan de stand van de conjunctuur – op de woningmarkt wordt ingezet.