Actuele informatie over faillissementen en surseances

 

Moet er een nationale faillissementsfraudebank komen?

Door:
Henk Hanssen
  |  11 februari 2015
Het zou de Autoriteit Faillissements Fraude (AFF) kunnen heten: een instituut dat alle informatie over bedrijfs- en faillissementsfraude verzamelt, beheert en beschikbaar maakt. Dagdromerij of een goed idee?

Zijn curatoren op hun nieuwe taak berekend?

Vermoedelijk staat de doos met slingers al onder zijn bureau en liggen de toeters al in zijn la. Als het een beetje meezit, kan minister Ivo Opstelten binnen afzienbare tijd een feestje vieren. Wat zijn voorgangers niet lukte, lijkt hij wel te gaan presteren: de uit 1892 daterende faillissementswet grondig afstoffen en in robuuste nieuwe wetgeving verankeren. In november 2012 kondigde hij het wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht aan, een ambitieus pakket aan maatregelen dat onder meer beoogt de faillissementsfraude te bestrijden. Hoe? Door de curator een fraudesignalerende taak op te leggen. Maar zijn curatoren hier wel op berekend?

‘Fraudeurs gaan te vaak vrijuit’

Vriend en vijand zijn het erover eens dat er veel steviger moet worden opgetreden tegen faillissementsfraude. Slechts een enkeling loopt tegen de lamp – zoals Sjaak J., draaideurdirecteur van 38 vennootschappen tegen wie onlangs vier jaar cel werd geëist – maar doorgaans komen directeuren gemakkelijk weg met het leegplukken van een bv, het laten verdwijnen van een administratie en het voorkoken van faillissementen. ‘Fraudeurs gaan te vaak vrijuit,’ constateerde Tineke Hilverda, hoogleraar faillissementsfraude van de Radboud Universiteit. ‘De kans om strafrechtelijk te worden vervolgd is ongeveer 2,5 procent.’ Volgens het CBS blijft bij de afwikkeling van faillissementen bijna vier miljard aan onbetaalde schulden achter: ‘een kwart hiervan is toe te schrijven aan zaken waarbij de schuldeisers zeker of waarschijnlijk zijn benadeeld.’

Curator als poortwachter

Opstelten wil de fraude aanpakken door de functie van de curator op te waarderen. In het wetsontwerp dat hij begin 2014 ontvouwde moet de curator niet alleen vereffenaar maar ook poortwachter worden. Wanneer de curator  vermoedt dat er iets niet in de haak is, is hij straks wettelijk verplicht de rechter-commissaris ‘gevraagd en ongevraagd’ te informeren. Op zijn beurt kan de rechter-commissaris besluiten vervolging in te stellen. Het idee van Opstelten heeft in de beroepsgroep tot forse discussies geleid. Hoe krijgt de curator betaald voor zijn extra werk wanneer de boedel leeg is? En, beschikt hij wel over voldoende kennis om geloofwaardig gestalte te kunnen geven aan zijn fraudesignalerende taak?

Beginnersfouten

In het Financieele Dagblad van vandaag houden André Mikkers en Christine Manders, twee forensisch onderzoekers van PwC, een opmerkelijk pleidooi. Op basis van hun ervaringen in de praktijk stellen zij dat zowel de curator als de rechter-commissaris niet in staat is de verwachtingen van de wetgever waar te maken omdat zij ‘een getrainde blik’ missen. ‘Regelmatig worden (beginners)fouten gemaakt bij een onderzoek naar fraudesignalen of worden aanwijzingen over het hoofd gezien,’ aldus Mikkers en Manders. Het duo acht het niet fair om de curator op te zadelen met een opsporingstaak. Zij stellen voor om een nationale faillissementsfraudebank op te richten, ‘een digitaal advies- en datacentrum waar iedereen die direct of indirect met fraudeonderzoeken te maken heeft terecht kan voor forensische adviezen en best practices’ alsmede voor fraudedossiers, benchmarkgegevens en historische data. Zonder een dergelijke Autoriteit Faillissements Fraude blijft  de nieuwe wet van Opstelten een papieren tijger die de fraudeur alle ruimte blijft bieden, waarschuwen zij.


Volg het laatste nieuws en insolventies via Twitter
Volg het laatste nieuws en insolventies via Facebook
  • Binq Media B.V., Media Park, Locatie Heideheuvel H1, Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum, Nederland