In januari zijn, gecorrigeerd voor het aantal zittingsdagen, 279 bedrijven failliet verklaard. Dat zijn er 39 minder dan in dezelfde maand een jaar eerder, een daling van 12 procent. Vergeleken met december liep het aantal faillissementen juist op, met 6 procent. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De afname op jaarbasis past in een bredere, licht dalende trend die sinds het najaar van 2024 zichtbaar is. Tegelijkertijd laten de maandcijfers zien dat het aantal faillissementen grillig kan verlopen, met kortstondige oplevingen.
Faillissementsgraad verder gedaald
Om de ontwikkeling beter te kunnen duiden, kijkt het CBS niet alleen naar het absolute aantal faillissementen, maar ook naar de zogenoemde faillissementsgraad: het aantal uitgesproken faillissementen per 100 duizend bedrijven. Die maatstaf houdt rekening met schommelingen in het totale aantal bedrijven en maakt vergelijkingen tussen sectoren zuiverder.
In januari kwam de faillissementsgraad uit op 7,1 per 100 duizend bedrijven, tegen 8,2 een jaar eerder. Daarmee zet de daling voorzichtig door. Ter vergelijking: bij de start van de meetreeks in 2015 lag de graad in maart van dat jaar op een piek van 24,8. Daarna volgde een langdurige daling, met een dieptepunt in augustus 2021 (3,4). Vanaf dat moment liep het aantal faillissementen per 100 duizend bedrijven weer op, tot in 2024. Sinds het najaar van dat jaar is opnieuw sprake van een afvlakking en lichte daling.
Eenmanszaken en bedrijven: een wisselend beeld
Achter het totaalcijfer gaat een divers beeld schuil. In januari 2026 werden 43 eenmanszaken failliet verklaard, tegenover 48 in januari 2025. Bij bedrijven en instellingen daalde het aantal van 270 naar 236.
Die afname volgt op een periode waarin de aantallen juist opliepen. Zo telde januari 2024 nog 51 failliete eenmanszaken en 324 bedrijven en instellingen. Ook in de loop van 2024 bleef het aantal faillissementen relatief hoog, met pieken van 363 bedrijven in juli en 345 in juni van dat jaar. In de tweede helft van 2025 vlakte dat beeld af, al blijven maandelijkse schommelingen zichtbaar.
Over meerdere jaren bezien is duidelijk dat vooral bedrijven en instellingen verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de faillissementen. Tegelijkertijd zijn eenmanszaken gevoeliger voor economische tegenwind, wat zich vertaalt in relatief sterke uitschieters in sommige maanden.
Horeca opnieuw koploper
Niet in alle sectoren is de situatie gelijk. In januari 2026 werden, niet gecorrigeerd voor zittingsdagen, relatief de meeste faillissementen uitgesproken in de horeca. In die branche gingen 30,5 bedrijven per 100 duizend failliet, tegen 35,2 een jaar eerder. Ondanks de daling blijft de horeca daarmee de sector met de hoogste faillissementsgraad.
Ook in de industrie is het aantal faillissementen per 100 duizend bedrijven hoog, al daalde de graad daar van 32,4 naar 23,1. In de handel en de bouwnijverheid was eveneens sprake van een duidelijke afname. Opvallend is dat in sommige sectoren de faillissementsgraad juist opliep, zoals bij verhuur en overige zakelijke diensten (van 9,1 naar 13,1) en in de landbouw en visserij (van 2,3 naar 3,5).
Onderaan de lijst staan cultuur, sport en recreatie met 0,5 faillissement per 100 duizend bedrijven, gevolgd door overige dienstverlening (1,4). Daarmee zijn dat momenteel de minst getroffen sectoren.