Onze columnist Robert Jan Blom weet niet meer of hij het nietje nu wel of niet uit het theezakje moet halen en zo ja, in elke container hij dit metalen kleinood mag gooien. Net als menig andere burger kreunt hij onder de almaar toenemende eisen die de gemeente aan afvalscheiding stelt. Blom komt in verzet tegen deze ‘afvalmaffia’.
Eisen van verduurzaming
Voor veel gemeenten in Nederland is het ophalen, afvoeren en verzamelen van afval uitgegroeid tot welhaast ondragelijke taak. Wethouders kreunen onder de almaar toenemende eisen die de verduurzaming aan afvalverwerking stelt, burgers zuchten onder alle maatregelen die zij moeten nemen. Theezakjes netjes in de gft-bak (de piramidevormige plastic theezakje uitgezonderd, deze gaan in de pmd-zak) en de nietjes uit het theezakjes in het emmertje oude metalen. Lege inktcartridges, verfblikken en batterijen mogen naar het chemisch afval. Jampotjes en wijnflessen horen in de glasbak. Oude schoenen en kleding dump je in een container van het Leger des Heils. En zo zijn er nog duizend-en-één voorschriften.
Nota voor de afvalklus
Denk niet dat je beloond voor het braaf volgen van alle regeltjes van de afvalmaffia. De gemeentelijke afvalstoffennota wordt almaar hoger. Tot op zekere hoogte heb ik daar wel begrip voor. Hoe meer gescheiden afvalstromen de wetgeving uit Den Haag vereist, hoe hoger de kosten. Om de rekening nog een beetje acceptabel te houden, experimenteren wethouders met verschillende tarieven die allemaal van hetzelfde principe uitgaan: de vervuiler betaalt, de voorkomer bespaart. Zo heeft inmiddels een derde van de gemeenten het Diftar-systeem ingevoerd. Nee, Diftar heeft niets te maken met een voorgerechtje uit het Midden Oosten. Het woord is een curieuze samentrekking van het begrip ‘geDIFferentieerd TARief’. Je afvalbak is voorzien van een slimme chip die precies berekent hoeveel vuil er in jouw huishouden doorheen gaat. Gewicht, volume, de frequentie waarmee je de bak leegt: de chip houdt het allemaal bij.
Afvaltoerisme
In mijn woonplaats Alphen aan den Rijn kregen we twee jaar geleden een soortgelijk systeem opgedrongen. Aan alle inwoners werd een afvalpasje uitgereikt. Wanneer je dit pasje tegen een kaartlezer drukte, opende de ondergrondse vuilcontainer zich en kon je je zak wegmikken. Ergens op het gemeentehuis zette een ambtenaar dan een kruisje achter ‘huishouden-Blom’. Althans, dat was het idee van de ambitieuze wethouder. Uit privacyoverwegingen moest hij aanvaarden dat het inwerpen van afval enkel geanonimiseerd mocht geschieden. B&W kregen met nog een probleem te maken: de nieuwe containers trokken toeristen aan, maar dan van het soort dat een gemeente liever ziet gaan dan komen. ‘Afvaltoeristen’ uit de omliggende dorpen dropten simpelweg hun zakken bij de bakken.
Vuilnisrechercheurtjes
De gemeente heeft nu zijn vuilnismannetjes in de strijd geworpen. Zij zijn ‘opgewaardeerd’ tot vuilnisrechercheurtjes en beschouwen het als hun heilige missie om elke vuilnisbak in elk huishouden minutieus te doorzoeken. Vindt de rechercheur een snippertje van iets dat niet thuis hoort in de bak van het betreffende huishouden, dan worden de bakken van de bewoner gedurende twee weken niet geleegd. Volgens velen is het scheiden van huisvuil allang achterhaald. In plaats van wethouders te belasten met eisen en burgers met onnavolgbare procedures, heffingen en boetes kan er beter worden geïnvesteerd in verfijnde scheidingsinstallaties met magneten die het nietje moeiteloos uit het theezakje zuigen. Het is goedkoper, veel eenvoudiger en de afvalrechercheurtjes kunnen zich weer aan hun kerntaak wijden: vuilnisbakken leegmaken!
Robert Jan Blom