Hij lacht nog, Milko Steyvers, de clown van circus Herman Renz die tevens directeur is, maar zodra het publiek is verdwenen en de make-up afgeschminkt, staan de tranen hem nader dan zijn karakteristieke grijns. Het doek dreigt definitief te vallen voor het 115 jaar oude circus dat in zware financiële problemen verkeert.
Ras Echte Nederlandse Zwervers
De naam Herman Renz doet denken aan een Oostenrijks-Hongaarse circusbaron die in de dagen van keizerin Sissi door Midden-Europa toerde. Toch schuilt er een oer-Hollandse afkorting achter de nostalgische naam: Renz staat voor Ras Echte Nederlandse Zwervers. Een dikke eeuw geleden begon de oprichter van het circus, de geboren Rotterdammer Arnold van der Vegt, met kleine optredens op kermissen waar hij zijn A-Ford vrachtauto parkeerde, een kioskje opbouwde en met zijn gezin een aantal paardenacts ten beste gaf. Omdat de kleine ondernemer door de andere kermisexploitanten gekscherend ‘Directeur Renz’ werd genoemd, naar het grote Duitse circus Renz, besloot hij deze naam te gaan voeren nadat de Duitse vakbroeders in 1899 failliet waren gegaan. De afkorting verzon hij er later bij.
Rijke cultuur
Het is slechts een van de vele verhalen uit de rijke cultuur van deze Nederlandse circusfamilie die van generatie op generatie door binnen- en buitenland is blijven rondreizen. Na de dood van Arnold, in 1955, trad diens zoon Herman aanvankelijk bij andere circussen in dienst. Een paar jaar later begon hij een eigen circus en bracht zo ook zijn kinderen de fijne kneepjes van het vak bij. De vraag is echter of er nu een eind komt aan de door vallen en opstaan getekende geschiedenis van dit circus. Directeur Milko Steyvers liet zijn spreekstalmeester gisteren het bericht verspreiden dat een faillissement onafwendbaar is tenzij zijn bedrijf, waar 65 mensen werken, voor 7 september vier ton bij elkaar weet te sprokkelen.
Imagoproblemen
De bezoekersaantallen lopen terug, de kosten stijgen en daarnaast kampt de circusbranche als geheel met imagoproblemen omdat het publiek denkt dat er wilde dieren heen en weer worden gezeuld. Ook in 1996 balanceerde circus Herman Renz langs de rand van de afgrond. Toen werd het bedrijf op het laatste moment gered door gulle sponsorgiften, onder meer van de Bredase importeur van huishoudelijke artikelen, Princess. Nu heeft de directie zijn hoop gevestigd op een bijdrage uit een Haagse subsidiepot. Sinds december 2013 maakt de Nederlandse circuscultuur officieel deel uit van de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed. Op grond van deze erkenning meent Steyvers recht te hebben op financiële bescherming zodat de mores en gebruiken niet verloren gaan. ‘Wij staan op die lijst, maar daar merken we niets van,’ stelt hij. De Vereniging Nederlandse Circusondernemingen (VNCO) heeft verklaard de mogelijkheden tot subsidieverstrekking te gaan onderzoeken.