Actuele informatie over faillissementen en surseances

Zijn accountants dom of frauduleus?

Door:
Robert Jan Blom
  |  5 juli 2017
Het is een kwestie van tijd voordat de accountant nog verder daalt op de beroepsprestigelijst en zelfs de schoorsteenveger en het kamermeisje inhaalt. Het aanzien van de eens zo trotse boekhoudcontroleurs verkruimelt in snel tempo. En de accountants laten het gebeuren, stelt onze columnist Robert Jan Blom. Zijn ze dom of intrinsiek frauduleus?

Accountantscontrole als fundament

Het belang van een accountsverklaring kan moeilijk worden overschat. Aandeelhouders, investeerders, subsidieverstrekkers, crediteuren: allemaal varen ze blind op het oordeel dat de accountant geeft over de financiële rapportage van een bedrijf. De gecontroleerde, gewaarmerkte en van handtekening voorziene jaarrekening vormt het fundament voor de toekomst van de onderneming. Accountant worden is dan ook geen peulenschil: een handige cijferaar kan niet zomaar een bord in de voortuin spijkeren en zich als accountant vestigen, nee, om deze beschermde beroepstitel te mogen voeren moet je een pittige opleiding volgen aan het HBO (accountant-administratieconsulent) of de universiteit (registeraccountant). Inclusief postmasteropleiding en praktijkexercities is een ambitieuze student er al gauw een jaar of zeven mee bezig. Maar de beloning is zoet: voor hun baan worden registeraccountants uitstekend gehonoreerd. Belanden ze bij een bescheiden kantoor in een provinciestadje, dan komen al na een jaar of tien uit  op een tonnetje per jaar. Gaan ze als high potential bij een van de Big Four-kantoren (PwC, EY, KPMG en Deloitte) aan de slag, dan is het stijgingspercentage vergelijkbaar met de Alpe d’Huez. Voor wie het tot partner brengt en mag meedelen in de winst, ligt zelfs het miljoen per jaar in het verschiet.

Grote Vier al jaren onder vuur

Het gekke is dat deze steile salarisstaffel niet parallel loopt met het verantwoordelijkheidsgevoel van de ontvanger. Wie denkt dat de best betaalde accountants het meest zorgvuldige werk leveren, komt bedrogen uit – letterlijk. De Grote Vier liggen al jarenlang onder vuur. Bij de bijna-ondergang van woningcorporatie Vestia, het bankroet van de DSB-bank, de faillissementen van Imtech en vleesverwerker Weyl Beef uit Enschede – steeds weer blijkt dat wankelende bedrijven ten onrechte hun bestaan weten te rekken omdat de accountant een oogje toeknijpt. De handtekening van een accountant is tegenwoordig evenveel waard als de krabbel van een tweedehandsautoverkoper, waarmee ik niets ten nadele van de laatste beroepsgroep wil zeggen. Op aandringen van minister Dijsselbloem stelde de sector drie jaar geleden 53 verbetermaatregelen op waaronder een beroepseed, meer transparantie en aanpassing van het beloningsbeleid. Vorige week constateerde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) dat de maatregelen nog maar weinig zoden aan de dijk zetten. De kwaliteitsslag bij kantoren die door de overheid als Organisatie van Openbaar Belang (OOB) zijn aangemerkt, verloopt veel te langzaam, aldus de AFM.


Gesputter

De accountants verweren zich met het bekende gesputter over ‘in gang gezette transformatieprocessen’, ‘nog niet afgeronde cultuurveranderingen’ en, dat ook, ‘erkenning van het besef dat er nog veel te doen is’. Het is, om het maar even in de voertaal van de Big Four te zeggen: ‘Too little, too late.’ Nog hogere boetes, nog meer accountants die uit het beroep worden gezet, nog meer controles – het zal weinig uithalen. Waarom? Omdat de Nederlandse systematiek een weeffout bevat. Als een Duitse of Franse onderneming in de problemen zit, is de accountant aldaar verplicht in zijn verklaring op te nemen dat de boekhouding van het gecontroleerde bedrijf duidelijk maakt dat de tent dreigt in te zakken. Daarop is de ondernemer verplicht zich tot de rechtbank te wenden waar de edelachtbare oordeelt of de onderneming inderdaad failliet moet worden verklaard dan wel dat er snelle verbetering mogelijk is.

Gespannen verhouding tussen accountant en klant

In Nederland worden de uitkomsten van accountantscontroles door de accountants en hun opdrachtgevers (de ondernemers) gezamenlijk besproken. De accountantsverklaringen zijn daarmee niet per se gelijk aan de uitkomst van de boekhoudcontrole: er bestaat een levensgroot risico dat de opdrachtgever de scherpe kantjes van het rapport vijlt. Immers, als de accountants vasthouden aan de cijfermatige werkelijkheid kan de opdrachtgever boos worden en raakt het kantoor een klant kwijt. Ook over deze gespannen verhouding wordt al jaren gedelibereerd maar ook hier verandert er bar weinig. Gevolg: zolang de accountants bang zijn hun klanten te verliezen zullen zij geneigd blijven onder een hoedje te spelen met de ondernemers. En als ze later het verwijt krijgen hun controletaak niet naar behoren te hebben uitgeoefend, zullen ze zeggen dat het gecontroleerde bedrijf hen niet van alle informatie heeft voorzien. De accountants mogen zelf kiezen uit de twee kwalificaties die ik voor hun hardnekkige handelwijze heb gereserveerd: ‘Dommer dan dom’ of ‘intrinsiek frauduleus’. Zolang er geen wet wordt aangenomen die een eind maakt aan deze absurde toestand, zal er niets verbeteren en zullen de kranten bol blijven staan van de smoezelige affaires.

Robert Jan Blom

Robert Jan Blom Wie is Robert Jan Blom
Robert Jan Blom is een toonaangevend deskundige op het terrein van ondernemerschap en faillissementen. Hij publiceerde 75 boeken over het ondernemerschap, waaronder een groot aantal werken die specifiek ingaan op het faillissement. zoals Failliet in de Praktijk (1992), Failliet, Het onderzoek (1996) en Faillissement, Surseance en Schuldsanering (2000). Daarnaast is hij gastdocent, spreker en commentator: geregeld treedt hij op bij radio- en tv-programma’s als Buitenhof, RTL-Z en het NOS Journaal. Blom is als vast columnist verbonden aan Faillissementsdossier.nl.

Volg het laatste nieuws en insolventies via Twitter
Volg het laatste nieuws en insolventies via Facebook
  • Binq Media B.V., Media Park, Locatie Heideheuvel H1, Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum, Nederland