Actuele informatie over faillissementen en surseances

Hoe gemeenten zelf de steden uithollen

Door:
Robert Jan Blom
  |  13 januari 2016
Wethouders geven maar al te graag ondernemers de schuld wanneer het gaat om de vele winkelsluitingen die hun binnensteden teisteren. Volgens Robert Jan Blom is dat al te gemakkelijk. De overheden kunnen zelf veel meer doen om faillissementen te voorkomen.

Ruïneporno in Roermond

Ze zijn niet achter de microfoon weg te krijgen: de deskundigen die waarschuwen voor de ‘Detroitisering’ van onze binnensteden. U weet wat daarmee wordt bedoeld: nog een paar jaar en de centra van Assen en Roermond doen denken aan de verlaten straten van de stad die al jaren wordt geteisterd door bedrijfssluitingen, Detroit. Een Amerikaanse fotograaf die zich heeft gespecialiseerd in het vastleggen van het stedelijk verval aldaar, heeft overigens een mooi woord gevonden voor dit decor van verroeste fabrieken en verkruimelde gevels: ruin porn. Volgens de experts zullen de vele winkelsluitingen ook bij ons gaan leiden tot het ontstaan van straten vol ‘ruïneporno’. Voorwaar, een weinig opwekkend vooruitzicht.

Kebabzaken

In de vele debatten en analyses die op dit onderwerp worden losgelaten, krijgen retail-ondernemers steevast de zwarte piet toegeschoven. Zij hebben de opmars van het online-shoppen te lang genegeerd, hun klanten in hun winkels te weinig beleving en een te laag serviceniveau geboden, zo luiden de verwijten. Ik betwist niet dat directies hoofdverantwoordelijk zijn voor de ondergang van hun bedrijven, geenszins. Maar er is nog een partij die er enthousiast aan meewerkt dat u straks in uw winkelstraatje alleen nog maar vluchtelingen, studenten en kebabzaken aantreft: de overheid. Al jaren leggen landelijke, provinciale en gemeentelijke overheden zich toe op een strategie die als bijeffect heeft dat bedrijven uit stadscentra worden verjaagd.

Twee procent goedkoper

Deze aanpak werkt als volgt. Stel dat er in een gemeente ICT’ers nodig zijn. De tijd dat een gemeente over een eigen automatiseringsafdeling beschikte, is al lang voorbij: men gaat op zoek naar een ICT-bedrijf waar het werk aan kan worden uitbesteed. Denkt u dat de met deze taak belaste wethouder de voorkeur geeft aan een plaatselijke onderneming? Nee, hij kiest voor de centen en geeft de klus aan een onderneming van 150 kilometer verderop omdat hij dan twee procent goedkoper uit is. Maar het wordt nog gekker. Stel dat de wethouder voor zijn project een bedrag heeft begroot dat hoger is dan € 135.000. In dat geval verplichten de EU-wetten hem  de opdracht Europees aan te besteden. Gevolg? De ICT-klus gaat aan de neuzen van Assense en Roermondse whizkids voorbij en wordt uitgevoerd door een stel handige knapen uit het Roemeense Tîrgovi?te.


Handvol paperclips

U denkt dat ik maar wat raaskal? Helaas niet. Elke budgethoudende ambtenaar die meer dan een handvol paperclips wil inslaan, is verplicht in heel de EU te shoppen. Doet hij dat niet, dan kunnen contracten die niet-Europees zijn aanbesteed door de rechter worden vernietigd. De grote landen kijken er wel voor uit om elk zorgcentrumpje of bruggetje te laten neerzetten door een bedrijf uit Polen, Malta of Tsjechië. Zij proberen hun eigen business te beschermen. Maar Nederland wil het braafste jongetje van de klas zijn want, als wij ons niet aan de regels houden, kunnen we anderen niet meer op de vingers tikken.

Faillissementen

Leidt deze strategie tot faillissementen? Natuurlijk, dat kan iedereen bedenken. De kans dat Nederlandse bedrijven de wegvallende omzetten kunnen compenseren door op hun beurt in Bulgarije of Griekenland klussen te vergaren, is kleiner dan nul. Moeten onze overheden dan maar meer betalen aan Nederlandse bedrijven? Nee, dat niet. Er zijn methoden om te voorkomen dat onze bedrijven buitenspel worden gezet. Door goede gesprekken te voeren, door te wijzen op de concurrentie, door waterdichte afspraken maken, door kortingen te bedingen, enzovoort. Laat de overheden ophouden met moord en brand schreeuwen over de verschraling van de bedrijvigheid in hun steden. Geef de wethouders een spiegel en laat hen eens nadenken over hun eigen verantwoordelijkheid voor de dreigende Detroitisering.

Robert Jan Blom

Robert Jan Blom Wie is Robert Jan Blom
Robert Jan Blom is een toonaangevend deskundige op het terrein van ondernemerschap en faillissementen. Hij publiceerde 75 boeken over het ondernemerschap, waaronder een groot aantal werken die specifiek ingaan op het faillissement. zoals Failliet in de Praktijk (1992), Failliet, Het onderzoek (1996) en Faillissement, Surseance en Schuldsanering (2000). Daarnaast is hij gastdocent, spreker en commentator: geregeld treedt hij op bij radio- en tv-programma’s als Buitenhof, RTL-Z en het NOS Journaal. Blom is als vast columnist verbonden aan Faillissementsdossier.nl.

Volg het laatste nieuws en insolventies via Twitter
Volg het laatste nieuws en insolventies via Facebook
  • Binq Media B.V., Media Park, Locatie Heideheuvel H1, Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum, Nederland