Hoewel de Faillissementswet (FW) uit 1893 stamt, zorgt de wet in de huidige tijd nog steeds voor veel onduidelijkheid.
Zowel een faillissement van de huurder als van de verhuurder levert in de praktijk veel discussie op. Vooral discussie met de curator die zelfs het recht heeft om wanprestatie te plegen. De afgelopen jaren is op dit gebied veel rechtspraak verschenen met wisselende uitkomsten. Uit de rechtspraak blijkt dat op veel onderdelen het huurrecht botst met het faillissementsrecht.
De volgende uitspraken laten zien dat een verhuurder bij een faillissement van zijn huurder vaak het nakijken heeft. Het is voor de verhuurder dus zaak om vooraf een goede risico-inschatting te maken en waar mogelijk alle financiële risico’s uit te sluiten.