Justitie verdenkt een groepje Twentenaren van grootschalige faillissementsfraude. Aanleiding voor het onderzoek zijn aangiftes door curatoren in verschillende faillissementen.
Enkele verdachten zouden ondernemers tegen betaling hebben geholpen bij het laten failliet gaan van hun zaak, het zoeken van een stroman op wiens naam het (bijna) failliete bedrijf kon worden gezet, verkoop van bedrijfseigendommen die in de failliete boedel hoorden en het zoekmaken van administraties.