
Ouders schonken in 2014 aandelencertificaten ter waarde van € 1,5 miljoen aan hun drie kinderen. Na het faillissement werd één kind nagevorderd over een belaste verkrijging van € 463.710. De familie maakte de schenking ongedaan en beriep zich op dwaling.
Volgens het hof is de dwaling slechts voorgewend. Een faillissement was in 2014 niet voorzienbaar en het advies is nergens vastgelegd. Het betrokken kind krijgt wel € 166,67 vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.