
De cijfers geven aan dat oplettendheid dit jaar niet overdreven is. Volgens het CBS gingen in september 2026 320 bedrijven failliet, 16 procent meer dan in september 2025. De faillissementsgraad kwam uit op 8,5 per honderdduizend bedrijven, tegenover 7,5 een jaar eerder. In augustus waren het 304 faillissementen, 24 meer dan een jaar eerder. Vooral vervoer en opslag, industrie en de bouw vallen op. In de bouwnijverheid liep het aantal faillissementen in het derde kwartaal op naar 163, tegen 133 in het tweede kwartaal. Voor leveranciers in die ketens betekent dat meer dossiers en meer onbetaalde facturen. Dat verklaart waarom ondernemers vaker kiezen voor oplossingen die op inzicht zijn gebouwd, met grip op je geldzaken met GoDutch als een van de voorbeelden in die hoek.
Geen van de onderstaande signalen bewijst iets op zichzelf. Een goede klant kan een slechte maand hebben. Het zijn de combinatie en de richting die iets zeggen. Wie ze bewust bijhoudt per debiteur, ziet patronen die in een totaaloverzicht wegvallen.
De betaaltermijn schuift in kleine stappen op. Eerst drie dagen te laat, dan tien, dan drie weken. Het patroon is belangrijker dan het aantal dagen, want het duidt op krimpende liquiditeit in plaats van op een vergeten factuur.
Deelbetalingen in plaats van volledige facturen. Een klant die 40 procent overmaakt en de rest belooft, verdeelt een tekort over meerdere crediteuren. Dat is vaak de eerste harde aanwijzing.
Een gewijzigd rekeningnummer of een nieuwe entiteit op de factuur. Soms is dat een gewone herstructurering. Soms wordt activiteit overgezet naar een nieuwe vennootschap terwijl de schulden achterblijven.
Het bestelgedrag verandert van karakter. Kleinere orders, vaker, met kortere levertijden. Dat wijst op inkopen op het laatste moment omdat voorraad niet meer voorgefinancierd kan worden.
De contactpersoon wisselt of is onbereikbaar. Als de inkoper nog reageert maar de administratie niet meer, zit het probleem meestal bij de administratie.
Uitstel wordt aangeboden in ruil voor een grotere order. Een klant die meer wil afnemen op het moment dat hij minder betaalt, vraagt in feite om krediet.
Oude facturen worden plotseling betwist. Discussie over een levering van een half jaar geleden duikt zelden toevallig op. Het is een manier om betaling uit te stellen zonder formeel in gebreke te zijn.
Signalen uit de keten. Onderaannemers, zzp'ers of andere leveranciers die klagen over dezelfde afnemer, zien meestal hetzelfde als jij. Dat soort informatie komt zelden in cijfers terecht.
De rode draad is dat elk signaal gaat over gedrag en niet over cijfers uit een jaarrekening. Een jaarrekening is maanden oud wanneer je hem ziet. Betaalgedrag is van vandaag. Precies daarom is de debiteurenadministratie van een leverancier vaak de snelste informatiebron die er is.
Bel in plaats van mailen, en bel de administratie en niet de inkoper. Vraag niet of de factuur is ontvangen maar wanneer hij wordt betaald, en leg het antwoord vast. Een toezegging die wordt vastgelegd, verandert de toon van elk volgend gesprek.
Beperk je blootstelling voordat je over incasso nadenkt. Dat betekent in de praktijk: leveren tegen vooruitbetaling, de kredietlimiet verlagen, of per levering afrekenen. Wettelijk mag je bij te late betaling handelsrente in rekening brengen, maar het echte doel is niet die rente. Het doel is dat je openstaande bedrag niet verder oploopt terwijl je nog wacht.
Een surseance van betaling gaat vaak vooraf aan een faillissement en is openbaar. Hetzelfde geldt voor gewijzigde dossiers, benoemde curatoren en verslagen. Voor leveranciers met een beperkt aantal grote afnemers is het volgen van die dossiers een kwestie van minuten per week.
Wat je daar aantreft, is zelden nieuw voor wie goed naar het betaalgedrag keek. Het is bevestiging, en bevestiging komt per definitie laat. De waarde van het register zit vooral in de dossiers van partijen een schakel verderop in je keten: de hoofdaannemer van je klant, de vervoerder die voor je afnemer rijdt, de verhuurder van het pand. Daar ontstaan de problemen die een maand later bij jou op de deurmat liggen.
Als het faillissement er is, telt alleen wat je op papier hebt. Een eigendomsvoorbehoud in je algemene voorwaarden bepaalt of geleverde goederen nog van jou zijn. Een duidelijke leveringsadministratie bepaalt of je dat ook kunt aantonen. Zonder dat beide op orde zijn, ben je concurrent crediteur en is de kans op een uitkering klein.
Dat werk doe je niet als een klant al in de problemen zit, want dan is het te laat om nog iets te wijzigen. Je doet het bij het aangaan van de relatie, wanneer er nog niets aan de hand is. Dat is het ongemakkelijke aan deze cijfers: ze dwingen tot maatregelen op het moment dat je ze het minst nodig lijkt te hebben.