Naar de inhoud
Home›Nieuws›Te veel vermogen in uw eigen bedrijf het onderschatte concentratierisico van ondernemers
Te veel vermogen in uw eigen bedrijf? Het onderschatte concentratierisico van ondernemers

Te veel vermogen in uw eigen bedrijf? Het onderschatte concentratierisico van ondernemers

Door: Faillissementsdossier29 sep 2026
Wie een succesvol bedrijf opbouwt, doet dat zelden door zijn geld netjes over tientallen verschillende investeringen te verdelen. Ondernemen betekent juist keuzes maken, risico nemen en kapitaal steken in iets waarin u gelooft.

Dat kan jarenlang uitstekend uitpakken. De onderneming groeit, winsten worden opnieuw geïnvesteerd en het vermogen op papier neemt toe. Toch kan daarmee ongemerkt een ander risico ontstaan. Niet alleen uw inkomen, maar ook een groot deel van uw vermogen en misschien zelfs uw pensioen zijn afhankelijk geworden van hetzelfde bedrijf.

Dat hoeft geen probleem te zijn. Wel is het verstandig om af en toe te kijken hoeveel van uw financiële toekomst eigenlijk nog aan één onderneming hangt.

Uw bedrijf is waarschijnlijk uw grootste investering

Veel ondernemers zullen hun bedrijf niet snel een belegging noemen. Toch is het financieel gezien vaak verreweg hun grootste investering.

Daar blijft het bovendien niet bij. Uw salaris komt uit de onderneming. Mogelijk ontvangt u dividend. De verkoopwaarde van het bedrijf vormt misschien een belangrijk deel van uw pensioen. En wanneer u ook eigenaar bent van het bedrijfspand of persoonlijk garant staat voor financieringen, loopt de financiële verwevenheid verder op.

Dat ziet er heel anders uit dan bij iemand in loondienst die maandelijks belegt in een breed gespreide portefeuille. Bij een ondernemer kunnen inkomen, vermogen én toekomstige financiële zekerheid voor een groot deel door dezelfde ontwikkeling worden geraakt.

Zolang het bedrijf goed draait, voelt dat vooral als succes. De keerzijde wordt meestal pas zichtbaar wanneer de resultaten tegenvallen.

Concentratie is niet automatisch verkeerd

Daarmee is niet gezegd dat ondernemers zo snel mogelijk vermogen uit hun bedrijf moeten halen.

Juist in de opbouwfase kan het heel rationeel zijn om een groot deel van het beschikbare kapitaal opnieuw in de onderneming te steken. Een nieuwe machine, extra medewerkers, voorraad of een overname kan meer opleveren dan geld dat elders wordt aangehouden of belegd.

Bovendien kent u uw eigen bedrijf waarschijnlijk beter dan welke andere investering ook.

Het probleem zit daarom niet in concentratie op zichzelf. Het ontstaat wanneer de situatie verandert, maar de verdeling van het vermogen niet mee verandert.

Een ondernemer van 35 die volop wil groeien, kijkt anders naar risico dan iemand van 60 die over enkele jaren wil stoppen. Ook een onderneming die iedere euro nodig heeft om verder te groeien bevindt zich in een andere positie dan een bedrijf waar al jaren meer geld binnenkomt dan er voor de bedrijfsvoering nodig is.

Wat ooit een logische keuze was, hoeft dat tien jaar later niet meer te zijn.

Wat als meerdere zekerheden tegelijk wegvallen?

Het vervelende aan concentratierisico is dat problemen zelden keurig beperkt blijven tot de waarde van de aandelen in het bedrijf.

Als een onderneming zwaar onder druk komt te staan, kan ook het inkomen van de eigenaar dalen of wegvallen. Dividend wordt geschrapt. Een geplande verkoop moet worden uitgesteld. Een bedrijf dat onder slechte omstandigheden verkocht moet worden, kan bovendien aanzienlijk minder opleveren dan waarop jarenlang is gerekend.

Daar kunnen nog andere risico's bij komen.

Een bv zorgt normaal gesproken voor een scheiding tussen zakelijk en privé, maar die bescherming is niet onder alle omstandigheden absoluut. FaillissementsDossier schreef eerder over de situaties waarin het risico van een bv toch een privé-risico kan worden.

Ook de gekozen rechtsvorm, persoonlijke garanties en de manier waarop zakelijke en privébelangen zijn ingericht, spelen een rol. Wie daar meer over wil weten, kan ook het eerdere artikel over het beschermen van privévermogen bij een faillissement lezen.

De belangrijkste vraag is daarom niet alleen wat uw onderneming waard is. Minstens zo belangrijk is wat er financieel overblijft als die waarde onverwacht sterk daalt.

Hoe geconcentreerd is uw vermogen eigenlijk?

Daar bestaat geen universele grens voor. Voor de ene ondernemer kan 70 procent van het vermogen in de eigen onderneming passen bij zijn situatie, terwijl dat voor een ander veel te veel risico oplevert.

Een paar vragen maken de afhankelijkheid wel snel zichtbaar:

  • Welk deel van uw totale vermogen zit direct of indirect in uw onderneming?

  • Heeft u buiten het bedrijf voldoende vermogen om langere tijd zonder dividend of ondernemersinkomen te kunnen?

  • Is uw pensioen voor een belangrijk deel afhankelijk van een toekomstige verkoop?

  • Heeft u privé meegetekend voor zakelijke financieringen?

  • Zit een groot deel van uw overige vermogen ook nog in het bedrijfspand of in andere ondernemingen?

  • Wat gebeurt er met uw financiële plannen als het bedrijf veel minder waard blijkt dan verwacht?

Vooral die laatste vraag is nuttig. Ondernemers kijken begrijpelijkerwijs vaak vanuit het bedrijf naar hun vermogen. Draai het eens om: hoe ziet uw privévermogen eruit als u de onderneming buiten beschouwing laat?

Veel geld op de bedrijfsrekening is niet hetzelfde als spreiding

Een ruime kaspositie geeft een onderneming lucht. Er kunnen tegenvallers mee worden opgevangen en investeringen hoeven niet direct extern te worden gefinancierd.

Maar ook hier is er een verschil tussen een noodzakelijke buffer en geld waarvoor al jaren geen concrete bestemming bestaat.

Werkkapitaal, belastingen, geplande investeringen en een reserve voor mindere tijden horen bij een gezonde bedrijfsvoering. Als daarna structureel een grote hoeveelheid kapitaal overblijft, kunt u zich afvragen waarom dat volledige bedrag nog ondernemingsrisico moet dragen.

De praktijk kan daarbij ingewikkelder zijn dan alleen één werkmaatschappij met een flinke bankrekening. Vermogen kan via holdings, leningen en deelnemingen over verschillende bedrijven verspreid zijn, terwijl het economisch nog steeds sterk met elkaar samenhangt.

De faillissementen rond ondernemer Hennie van der Most laten bijvoorbeeld zien hoe omvangrijke bedragen vanuit andere eigen vennootschappen in één project terecht kunnen komen. FaillissementsDossier beschreef hoe Van der Most via een van zijn eigen ondernemingen uiteindelijk de grootste schuldeiser van zijn eigen failliete project werd.

Meerdere bv's betekenen dus niet vanzelf dat risico ook werkelijk is gespreid.

Spreiden betekent niet dat u minder in uw bedrijf gelooft

Dit is misschien de lastigste stap.

Een ondernemer die jarenlang goede rendementen heeft gehaald met zijn eigen bedrijf, kan zich terecht afvragen waarom hij geld ergens anders zou onderbrengen. Waarom genoegen nemen met een lager verwacht rendement als investeren in de eigen onderneming historisch veel meer heeft opgeleverd?

Omdat rendement niet de enige maatstaf is.

Spreiding is vooral bedoeld om te voorkomen dat één tegenvaller een te groot deel van uw financiële positie raakt. U hoeft dus niet te verwachten dat een andere investering méér oplevert dan uw eigen bedrijf om er toch een goede reden voor te hebben.

Vermogen buiten de onderneming kan bijvoorbeeld worden aangehouden als spaargeld of deposito, worden belegd in een brede portefeuille, in vastgoed worden gestoken of bij andere ondernemingen worden geïnvesteerd.

Ook daar geldt overigens dat 'anders' niet automatisch 'gespreid' betekent. Eén verhuurd pand naast één eigen bedrijf blijft een behoorlijk geconcentreerde vermogenspositie. Hetzelfde geldt wanneer u na succes met uw eigen onderneming vooral in andere individuele bedrijven gaat investeren.

Van ondernemingsvermogen naar privévermogen

Op een bepaald moment verandert de vraag.

Niet langer: waar kan mijn onderneming deze euro het beste voor gebruiken?

Maar: welke functie moet deze euro binnen mijn totale vermogen krijgen?

Misschien wilt u een deel beschikbaar houden voor onverwachte uitgaven. Een ander deel is bedoeld voor uw pensioen of voor later. Geld dat u gedurende lange tijd niet nodig heeft, kan weer anders worden ingericht.

Daarbij kunt u zelf beleggen of het beheer uitbesteden. Wie kiest voor vermogensbeheer, kan via een onafhankelijke vergelijkingssite verschillende vermogensbeheerders naast elkaar zetten en onder meer kijken naar kosten, beleggingsaanpak en risicoprofiel. Belangrijker dan de gekozen oplossing is dat u eerst bepaalt welk doel het vermogen heeft, hoe lang u het kunt missen en hoeveel risico daarbij past.

Dat zijn andere vragen dan de vragen die u dagelijks als ondernemer stelt. En juist daarom worden ze gemakkelijk uitgesteld.

Zou u vandaag opnieuw alles in hetzelfde bedrijf stoppen?

Een succesvolle onderneming kan veruit de beste investering zijn die u ooit heeft gedaan. Het zou vreemd zijn om achteraf te doen alsof de concentratie die daarvoor nodig was per definitie onverstandig was.

Maar succes verandert uw uitgangspositie.

Naarmate er meer vermogen ontstaat, hoeft niet iedere nieuwe euro opnieuw hetzelfde risico te lopen als de vorige. De onderneming kan belangrijk blijven zonder dat uw volledige financiële toekomst ervan afhankelijk blijft.

Een simpele gedachteoefening kan daarbij helpen: stel dat uw huidige vermogen vandaag volledig in cash op uw rekening stond. Zou u dan opnieuw vrijwel alles in uw eigen onderneming investeren?

Als het antwoord anders is dan tien jaar geleden, kan het tijd zijn om ook anders naar de verdeling van uw vermogen te kijken.