
Daarnaast is onder meer ook de Belastingdienst betaald. De grootste schuldeiser in het faillissement was energiehandelsplatform Powerhouse.
Voordat de curator geld kon gaan uitkeren, moest nog een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst worden gesloten. Uiteindelijk is er nog 1,1 miljoen euro aan de Belastingdienst betaald, na het tegen elkaar wegstrepen van vorderingen over en weer.
"Door deze afspraak is de potentieel aanzienlijk hogere vordering van de belastingdienst ingedamd", schrijft curator Mathieu Souren in het eindverslag over het opzienbarende faillissement. De vordering kwam deels voort uit de aansprakelijkheid voor door de uitzendbureaus onbetaald gelaten loonbelasting over het loon van ingeleend personeel door twee bedrijfsonderdelen. Het faillissement kenmerkte zich door een wirwar aan BV's.